De Europese AI-verordening stelt in de hele Europese Unie regels voor de ontwikkeling en toepassing van AI-systemen. Het toezicht op de naleving van deze regels moet grotendeels nationaal worden geregeld. De uitvoeringswet AI-verordening maakt dat toezicht mogelijk.
Staatssecretaris Aerdts: “AI biedt enorme kansen voor onze economie, innovatie en onze dagelijkse levens. Maar die kansen kunnen we alleen benutten als mensen erop kunnen vertrouwen dat AI veilig en verantwoord wordt gebruikt. Met een sterk AI-toezichtstelsel zorgen we voor duidelijke regels en houden we tegelijk ruimte voor innovatie en ondernemerschap.”
Risicogebaseerde regels voor AI
De Europese AI-verordening stelt eisen aan AI-systemen op basis van het risico dat ze hebben voor onze veiligheid, gezondheid of grondrechten. Sommige toepassingen zijn verboden, zoals manipulatieve AI-praktijken of het massaal verzamelen van gezichtsbeelden voor biometrische databases.
Aan zogenoemde hoog-risico AI-systemen worden verschillende eisen gesteld aan de ontwikkeling en het gebruik, bijvoorbeeld op het gebied van datakwaliteit, risicobeheer, menselijk toezicht en transparantie. Ook moet duidelijk gemaakt worden wanneer mensen rechtstreeks met AI-systemen communiceren, bijvoorbeeld via chatbots of AI-gegenereerde content.
Samenwerkend toezicht
Omdat AI in veel sectoren wordt toegepast, stelt het kabinet een toezichtstructuur voor waarin meerdere bestaande toezichthouders samenwerken. In het voorstel houden de toezichthouders binnen hun eigen domein toezicht op AI. Hierdoor krijgen ondernemers en organisaties zoveel mogelijk te maken met instanties die zij nu ook al kennen.
Voor toezichtgebieden waar nog geen duidelijke toezichthouder bestaat, wordt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) voorgesteld als de toezichthouder met een speciale AI-bestuurder. De Autoriteit Persoonsgegevens en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) krijgen een coördinerende rol binnen dit voorgenomen toezichtstelsel. De Tweede Kamer is hierover per brief geïnformeerd.
Consultatie
Het wetsvoorstel is tot en met 1 juni 2026 (online) opengesteld voor consultatie. U kunt reageren op de internetconsultatie.
Vergroot afbeelding

Lees het originele artikel
