Deep Tech Fonds groeit naar € 610 miljoen: wat dit betekent
Van € 250 miljoen naar € 610 miljoen: de opschaling op een rij
Het Deep Tech Fonds (DTF) bestaat sinds 2022 en werd destijds gelanceerd met een vermogen van € 250 miljoen. Daarin bracht het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) € 175 miljoen in; Invest-NL vulde het resterende deel aan. Op 11 juni 2026 informeerde minister Heleen Herbert de Tweede Kamer over een forse uitbreiding: EZK voegt € 130 miljoen toe en Invest-NL verhoogt haar bijdrage met € 230 miljoen. Beide partijen dragen daarmee nu elk € 305 miljoen bij, waardoor het totale fondsvermogen uitkomt op € 610 miljoen.
De extra injectie van € 360 miljoen is geen toevallige keuze. Het kabinetsbeleid rond start-ups en scale-ups is expliciet gericht op een sterkere Nederlandse en Europese positie van deeptechondernemingen. De opschaling van het DTF past direct in die strategie.
Waarom deep tech extra publieke steun nodig heeft
Kennisintensieve bedrijven in sectoren als fotonica, halfgeleiders, AI, quantumtechnologie en nanotechnologie lopen tegen een structureel probleem aan: private financiering is moeilijk te vinden. De technologieën zijn nog niet volledig bewezen, de ontwikkeltijden zijn lang en de kapitaalbehoefte is hoog. Voor een gemiddelde investeerder zijn de risico’s te groot.
Minister Herbert verwoordt het zo: “Deeptechbedrijven hebben langere ontwikkeltijden van hun innovaties, grotere technologische risico’s en vaak een hogere behoefte aan financiering. Tegelijkertijd zijn juist dit bedrijven die de grootste bijdrage in de toekomst kunnen leveren aan ons verdienvermogen, zorgen voor minder afhankelijkheden en het oplossen van grote maatschappelijke uitdagingen. Daarom is het verstandig om hierin publiek en privaat extra te investeren.”
Publieke financiering springt hier in het gat dat de markt laat liggen. Niet als permanente subsidie, maar als katalysator die private partijen over de drempel helpt.
Wat het fonds tot nu toe heeft opgeleverd
De resultaten van het DTF tot dusver geven een positief beeld. De investeringen hebben R&D gestimuleerd, hoogwaardige banen gecreëerd en bijna € 400 miljoen aan private investeringen aangetrokken. Dat laatste getal illustreert de hefboomwerking van het fonds: publiek geld trekt privaat geld aan.
Concreet realiseert het fonds momenteel een mobilisatiefactor van circa 2,4. Dat betekent dat elke publieke euro gemiddeld 2,4 euro aan private co-investering genereert. De verwachting is dat deze factor de komende jaren verder stijgt. Risico’s worden zo evenwichtiger verdeeld tussen overheid en markt, wat het vertrouwen van private investeerders in strategische deeptechinnovaties versterkt.
Maatschappelijke uitdagingen als drijfveer achter de investering
De uitbreiding van het DTF is niet alleen een economisch verhaal. De investering is nadrukkelijk gekoppeld aan het verkleinen van strategische afhankelijkheden en het aanpakken van grote maatschappelijke vraagstukken. Denk aan de afhankelijkheid van buitenlandse halfgeleidertechnologie of de rol van AI in publieke dienstverlening. Dat zijn dossiers waar beleidsmedewerkers bij gemeenten, provincies en rijksoverheid dagelijks mee werken. Meer achtergrond over hoe rijksbeleid doorwerkt op lokaal niveau vind je in het kennis- en inspiratieoverzicht op dit platform.
Publiek-private samenwerking als model voor innovatiefinanciering
Het DTF laat zien dat publiek-private co-investering werkt als model voor risicovolle, maar maatschappelijk relevante innovatie. De overheid neemt het startrisico, de markt volgt zodra het vertrouwen er is. Dat is geen nieuw principe, maar de schaal waarop het hier wordt toegepast is dat wel.
Voor professionals die werken aan innovatiebeleid, digitalisering of strategische autonomie binnen overheidsorganisaties, is de opschaling van het DTF een relevant signaal: de rijksoverheid zet structureel in op kennisintensieve technologie als fundament voor de toekomstige economie. Wie zich wil oriënteren op functies binnen dit beleidsveld, kan een jobalert aanmaken voor relevante vacatures in de publieke sector.