Vijf maatregelen voor meer middenhuurwoningen
Drie aanpassingen in het woningwaarderingsstelsel
Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zet vijf maatregelen door voor meer middenhuurwoningen. De Tweede Kamer stemde dinsdag in met drie wijzigingen van het woningwaarderingsstelsel (WWS), het puntenstelsel dat de maximale huurprijs van een woning bepaalt. De drie aanpassingen gaan naar de Raad van State voor advies; beoogde ingangsdatum is 1 januari 2027.
De eerste wijziging introduceert een prijsopslag voor woningen waarop de huidige WOZ-cap van toepassing is. Verhuurders op populaire locaties mogen daarmee de maximale huurprijs bij het oorspronkelijke puntentotaal vragen, terwijl de woning binnen de regulering van de middenhuursector blijft vallen. De tweede aanpassing kent een zwaardere waardering toe aan de WOZ-waarde van kleine rijksmonumenten. De derde maatregel schrapt de vijf minpunten die nu gelden voor woningen zonder buitenruimte.
Bij een nieuw huurcontract mag de verhuurder de huurprijs direct optrekken naar het nieuwe maximum. Voor bestaande contracten geldt de jaarlijks toegestane huurverhogingsnorm als plafond. Beleidsmedewerkers volkshuisvesting bij gemeenten herkennen de spanning: meer financiële ruimte voor verhuurders, met behoud van huurdersbescherming als randvoorwaarde. Werk je aan woonbeleid en zoek je een nieuwe uitdaging? Bekijk dan de openstaande vacatures in de publieke sector.
Tijdelijke huurcontracten voor alle studenten
De huidige regelgeving staat tijdelijke huurcontracten alleen toe voor studenten die vanuit een andere gemeente naar hun studiestad verhuizen. Zij kunnen eenmalig een contract van maximaal twee jaar afsluiten. Studenten die al in dezelfde gemeente wonen, vallen buiten deze regeling.
De minister wil dit onderscheid opheffen. Op verzoek van de Tweede Kamer regelt zij de uitbreiding via een wet, gevolgd door een internetconsultatie waarbij iedereen kan reageren. Het doel is verhuurders meer flexibiliteit te bieden en zo uitponden, het verkopen van huurwoningen aan kopers, te ontmoedigen. Landelijk is bijna de helft van alle studentenwoningen in handen van particuliere verhuurders, wat de maatregel extra gewicht geeft.
Nieuwbouwopslag verlengd tot 2032
De nieuwbouwopslag werd in 2024 tijdelijk ingevoerd via de Wet betaalbare huur en zou na vier jaar, in 2028, aflopen. De minister verlengt de regeling met vier jaar. Verhuurders van middenhuurwoningen waarvan de bouw start tussen 1 januari 2028 en 1 januari 2032 mogen gedurende twintig jaar een prijsopslag van 10% toepassen. De maximale huurprijs ligt daarmee 10% hoger dan het reguliere WWS-maximum.
Het doel is investeerders voor een langere periode zekerheid te geven, zodat de bouw van nieuwe middenhuurwoningen aantrekkelijk blijft. Het besluit tot verlenging gaat later in 2026 in internetconsultatie. Voor professionals die werken aan gebiedsontwikkeling of woningbouwprogramma’s bij gemeenten en provincies is dit een relevante ontwikkeling: de financiële rekensommen voor nieuwbouwprojecten veranderen mee. Meer achtergrond over gemeentelijk woonbeleid vind je via Kennis en Inspiratie op dit platform.
Evaluatie Wet betaalbare huur in 2027
De vijf maatregelen neemt de minister alvast, vooruitlopend op de formele evaluatie van de Wet betaalbare huur. Die evaluatie vindt in 2027 plaats en gaat uiterlijk 1 juli 2027 naar de Tweede Kamer. Dat is drie jaar na inwerkingtreding van de wet en twee jaar eerder dan bij een standaard wetsevaluatie gebruikelijk is.
Op basis van de uitkomsten beoordeelt de minister of aanvullende stappen nodig zijn om het aanbod van betaalbare huurwoningen op peil te houden. Voor beleidsmedewerkers volkshuisvesting betekent dit een concreet moment waarop de koers opnieuw kan worden bijgesteld.