Drie locaties voor nieuwe kerncentrales in Nederland
Van zeven naar drie: hoe de selectie verliep
Het kabinet heeft uitgebreide studies laten uitvoeren naar zeven mogelijke locaties voor de bouw van twee nieuwe grote kerncentrales. Die verkenning maakt deel uit van een bredere strategie om de afhankelijkheid van fossiele energie te verminderen en de energiemix stabieler en weerbaarder te maken. Op basis van de huidige inzichten blijven drie van de zeven locaties over als potentiële voorkeurslocatie. Een definitief besluit over de locatie is nog niet genomen. Staatssecretaris De Bat van Klimaat en Groene Groei informeerde de Tweede Kamer op 19 juni 2026 over de uitkomsten.
Eemshaven en Terneuzen als kanshebbers
De drie resterende locaties bevinden zich in twee provincies. In de Groningse Eemshaven gaat het om de Emmapolder en de Eemscentrale. In Zeeland is nog één locatie in beeld: Mosselbanken/Paulinapolder bij Terneuzen. Het kabinet erkent dat deze uitkomsten impact hebben op de betrokken regio’s. De komende periode voert het kabinet gesprekken met medeoverheden en andere betrokkenen in zowel Groningen als Zeeland. Daarbij worden ook informatiebijeenkomsten georganiseerd voor belanghebbenden, en worden de overgebleven locaties verder geanalyseerd.
Voor professionals in ruimtelijke ordening, omgevingsbeleid en energietransitie bij gemeenten en provincies zijn dit relevante ontwikkelingen. Bekijk actuele vacatures in energie- en klimaatbeleid bij de overheid om te zien welke functies in dit domein beschikbaar zijn.
Waarom vielen vier locaties af?
De vier locaties die niet meer in aanmerking komen, bleken te kampen met een combinatie van knelpunten die samen te zwaar wogen. Op een aantal locaties is het verplaatsen van bestaande bedrijven te complex om voldoende ruimte vrij te maken voor de bouw. Bij andere locaties vormt de bodemgesteldheid een fundamentele beperking. Daarnaast speelden veiligheidsrisico’s rondom nabijgelegen activiteiten een rol bij de beoordeling van de omgevingsgeschiktheid.
Einde van dit jaar: een definitieve keuze
Het kabinet verwacht eind 2026 een keuze te kunnen maken tussen de locaties in Terneuzen en Eemshaven. Daarbij weegt het kabinet mee dat medeoverheden in Groningen zich hebben uitgesproken tegen de komst van kerncentrales. Ook de richting die het vorige kabinet heeft meegegeven, telt mee: bij meerdere geschikte locaties zou de voorkeur uitgaan naar Zeeland. Voor Terneuzen loopt bovendien nog aanvullend onderzoek naar de maatregelen die nodig zijn voor inpassing in het elektriciteitsnet.
De bestuurlijke dynamiek rondom deze locatiekeuze raakt direct aan bredere vraagstukken over klimaatweerbaarheid en energiezekerheid. Lees meer achtergrondartikelen over beleid en loopbaan in de publieke sector op het kennisplatform van Ambtenaar.Online.
Kleine modulaire reactoren als volgende stap
Voor de eerste twee kerncentrales kiest het kabinet voor bewezen technologie. Voor latere kerncentrales, aangeduid als centrales 3 en 4, staat de ontwikkeling van Small Modular Reactors (SMR’s) nadrukkelijk op de agenda. Een lopende marktconsultatie moet inzicht geven in de mogelijkheden. Een besluit over de bouw van deze aanvullende centrales wordt naar verwachting rond 2028 genomen.
In de tussenliggende periode werkt het kabinet aan het faciliteren van SMR-technieken, zodat bedrijven op termijn ook vergunningen voor deze technologieën kunnen verkrijgen. Hiervoor is zo’n 20 miljoen euro beschikbaar. Het kabinet richt zich daarbij specifiek op innovatieve ontwerpen die veiliger kunnen opereren of die breken met de gangbare brandstoftoeleveringsketen, wat bijdraagt aan grotere energieautonomie. Samen met provincies brengt het kabinet ook mogelijke regionale locaties voor SMR’s in kaart, afgestemd op de lokale energievraag en de inpassingsmogelijkheden binnen het programma energie hoofdstructuur (PEH II).
Financiering en nucleair ecosysteem
Voor de twee grote kerncentrales heeft het kabinet gekozen voor volledige overheidsfinanciering, in ieder geval tot en met de eerste bouwfase. Dit om de realisatie zo snel en efficiënt mogelijk te laten verlopen. Voor SMR’s verwacht het kabinet dat kortere bouwtijden en industriële toepassingen eerder ruimte bieden voor private financiering. Later dit jaar brengt het kabinet de financieringsopties voor SMR’s in kaart.
Naast financiering investeert het kabinet in een nucleair ecosysteem: voldoende gekwalificeerd personeel, van mbo tot wo, en een sterke kennisbasis via onderzoek en innovatie. Recent sloot het kabinet een overeenkomst met meerdere hogescholen. Via kennishubs buigen zij zich over thema’s als veiligheid, netinpassing en de koppeling met waterstofproductie. Voor professionals die zich willen oriënteren op functies in dit groeiende domein, biedt de carrièresectie van Ambtenaar.Online relevante informatie over loopbaanmogelijkheden binnen de publieke sector.