Rijksoverheid 17 september 2026

€7 miljard woningbouwsubsidie: dit verandert er voor gemeenten

Kabinet trekt €7 miljard uit voor meer, sneller en beter bouwen

Het kabinet stelt tot en met 2035 €7 miljard beschikbaar als woningbouwsubsidie en andere financiële ondersteuning. Daarmee wil het gemeenten, woningcorporaties, bouwbedrijven en beleggers meer zekerheid geven om woningbouwplannen uit te voeren. Bijna €1 miljard is bestemd voor grote woningbouwlocaties. De maatregelen leveren woningcorporaties naar verwachting ongeveer €28 miljard extra investeringscapaciteit op en bieden ook private investeerders meer ruimte.

Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening stelt dat iedereen recht heeft op woonruimte. Volgens haar moet het pakket leiden tot een hoger bouwtempo en meer betaalbare huizen, met bijzondere aandacht voor groepen die het woningtekort het sterkst merken. Zo wil het kabinet woningzoekenden opnieuw uitzicht bieden op een eigen thuis.

Bijna €1 miljard voor grootschalige nieuwbouwlocaties

Het grootste afzonderlijke onderdeel binnen het pakket is de Realisatiestimulans. Van de totale €7 miljard reserveert het kabinet hiervoor €2,3 miljard. Gemeenten ontvangen in de komende jaren €7000 voor iedere betaalbare woning. Deze bijdrage staat naast andere budgetten waarmee gemeenten projecten en gebiedsontwikkeling kunnen ondersteunen.

Voor grootschalige woningbouwlocaties komt €940 miljoen beschikbaar. Een bedrag van €650 miljoen gaat naar de woningbouwimpuls, bedoeld voor gemeentelijke bouwprojecten die zonder financiële steun niet rendabel zijn. Verder trekt het kabinet €205 miljoen uit voor innovatie, uitbreiding van de bouwcapaciteit en een doelmatiger gebruik van bestaande gebouwen.

Gemeenten krijgen ook toegang tot €180 miljoen om grond eerder en vaker tegen redelijke prijzen te kunnen aankopen. Dat kan ontwikkelingen rond woningbouw, infrastructuur en energievoorziening versnellen. Voor beleidsprofessionals vraagt het totale pakket daarom om een beoordeling per project: welke bijdrage past bij de betaalbaarheid, welke middelen zijn nodig voor de locatie en waar resteert een financieel knelpunt?

Corporaties en marktpartijen krijgen meer investeringsruimte

Het pakket vergroot de financiële ruimte van zowel woningcorporaties als private investeerders. Voor private partijen daalt de overdrachtsbelasting in 2027 van 8% naar 7%. Ook reserveert het kabinet €500 miljoen voor een objectsubsidie voor middenhuurwoningen. Deze maatregel moet investeren in dit woningtype aantrekkelijker maken.

Voor woningcorporaties leiden de maatregelen tot circa €28 miljard extra investeringscapaciteit. Daarmee kunnen zij de komende jaren blijven investeren in nieuwe huurwoningen, waaronder sociale huur, en in gemengde projecten met marktpartijen. Bij onderlinge transacties van sociale huurwoningen hoeven corporaties geen overdrachtsbelasting meer te betalen.

Gemeenten en corporaties kunnen bij hun prioritering eerst bepalen welke partijen een project dragen en daarna bezien welke publieke bijdrage het resterende tekort kan verkleinen. De extra corporatieruimte, fiscale maatregelen en woningbouwsubsidies vormen verschillende onderdelen van hetzelfde pakket. Of regelingen binnen één project samen mogen worden ingezet, moet de betrokken organisatie aan de hand van de voorwaarden controleren.

Extra geld voor ouderen, studenten en starters

Voor woningen voor ouderen trekt het kabinet €635 miljoen extra uit, boven op de al beschikbare €420 miljoen. Het geld richt zich vooral op geclusterde woningen en huizen die geschikt zijn voor zorg. Zulke woningen moeten voorzien in de bestaande vraag en kunnen de doorstroming op de woningmarkt bevorderen.

Starters krijgen ondersteuning via het Nationaal Fonds Betaalbare Koop, waaraan €100 miljoen wordt toegevoegd. Voor gemeenten vormen deze doelgroepgerichte middelen aanvullende bouwstenen. Een project voor ouderenhuisvesting vraagt immers om een andere financiële afweging dan studentenwoningen met gedeelde voorzieningen of betaalbare koopwoningen voor starters.

Wat dit betekent voor beleidsprofessionals bij gemeenten en corporaties

Beleidsmedewerkers en projectleiders moeten de verschillende geldstromen in samenhang beoordelen. Een logische werkwijze is om eerst het woningtype en de doelgroep vast te stellen, vervolgens de betrokken publieke en private partijen in kaart te brengen en daarna passende regelingen te toetsen. Zo blijft zichtbaar welk bedrag aan de bouw zelf bijdraagt en welke maatregel vooral de investeringsruimte van een deelnemende partij vergroot.

Die uitvoering raakt meerdere vakgebieden binnen de publieke sector, van volkshuisvesting en grondbeleid tot infrastructuur en projectfinanciering. Ambtenaar.Online brengt beleid, inhoudelijke verhalen en loopbaaninformatie op één platform samen. Daarmee bereikt het professionals die actief zoeken en mensen die latent werkzoekend zijn, terwijl overheidsorganisaties hun arbeidsmarktcommunicatie kunnen verbinden aan de maatschappelijke opgaven waaraan zij werken. Meer vakinhoudelijke bijdragen staan bij Kennis & Inspiratie voor publieke professionals; loopbaanoriëntatie is te vinden op de pagina Carrière binnen de publieke sector.

De praktische kern is helder: behandel het pakket niet als één algemene subsidiepot, maar koppel ieder project aan de regeling, investeringsmaatregel en doelgroep die daarbij passen. Controleer vervolgens per regeling de voorwaarden voordat middelen in de projectbegroting worden gecombineerd. Bron: nieuwsbericht van de Rijksoverheid van 15 september 2026.

Veelgestelde vragen

Hoeveel ontvangt een gemeente per betaalbare woning?

Via de Realisatiestimulans ontvangen gemeenten de komende jaren €7000 per betaalbare woning. Het kabinet reserveert €2,3 miljard van het totale pakket voor deze regeling.

Hoeveel geld is beschikbaar voor grootschalige woningbouwlocaties?

Voor grootschalige woningbouwlocaties komt €940 miljoen beschikbaar. Daarvan gaat €650 miljoen naar de woningbouwimpuls.

Wat verandert er voor private investeerders?

De overdrachtsbelasting voor private investeerders daalt in 2027 van 8% naar 7%. Het kabinet stelt ook €500 miljoen beschikbaar voor een objectsubsidie voor middenhuurwoningen.

Welke extra ruimte krijgen woningcorporaties?

De maatregelen zorgen volgens het kabinet voor ongeveer €28 miljard extra investeringscapaciteit. Ook vervalt de overdrachtsbelasting bij onderlinge transacties van sociale huurwoningen.

Welke middelen zijn bestemd voor ouderen, studenten en starters?

Voor ouderenwoningen komt €635 miljoen extra beschikbaar, naast de bestaande €420 miljoen. Voor woningen met gedeelde voorzieningen wordt €450 miljoen extra uitgetrokken en het Nationaal Fonds Betaalbare Koop krijgt €100 miljoen extra.

← Alle nieuwsberichten