Rijksoverheid 22 juli 2026

Aantal aanslagen met explosieven daalt verder in 2026

Het Offensief tegen Explosies noteerde in Nederland in de eerste zes maanden van 2026 in totaal 581 (pogingen tot) aanslagen met explosieven. Dat waren er 124 minder dan in de eerste helft van 2025. Daarmee ligt het offensief op koers om in 2026 uit te komen op een daling van 10%. Die afname neemt het probleem niet weg, want explosies blijven een zwaar veiligheidsrisico met directe gevolgen voor slachtoffers, omwonenden en de leefbaarheid in straten en wijken.

Carola Schouten, burgemeester van Rotterdam en voorzitter van het Offensief tegen Explosies, noemt elke aanslag er nog steeds één te veel. Zij ziet de landelijke daling als een bemoedigend signaal, maar benadrukt dat de aanpak onverminderd door moet. Het Offensief richt zich daarom op drie prioriteiten: het aantal, vooral jonge, uitvoerders terugbrengen, opdrachtgevers en tussenpersonen opsporen en vervolgen, en de beschikbaarheid van explosief materiaal verkleinen.

Terugdringen jonge uitvoerders

Een aanzienlijk deel van de mensen die aanslagen uitvoeren, is jonger dan 25 jaar. Juist daarom kiest het Offensief voor een stevige preventieve lijn. Een van de stappen is een pilot met conflictbemiddeling, bedoeld om het aantal jongeren dat bij aanslagen met explosieven betrokken raakt te verlagen. Oplopende spanningen en conflicten worden daarin zo vroeg mogelijk afgezwakt, zodat minder jongeren uitkomen bij zware geweldsincidenten.

Ook kijkt men of eerder kan worden ingegrepen bij mogelijke uitvoerders die al bij de politie in beeld zijn. Dat gebeurt bijvoorbeeld via een lokale, persoonsgerichte aanpak. Jongeren die worden verdacht van betrokkenheid bij een aanslag en nu nog te weinig begeleiding krijgen, kunnen zo sneller ondersteuning krijgen. De gedachte daarachter is duidelijk: herhaling voorkomen voordat een patroon zich vastzet.

Jeugdprofessionals, ouders, verzorgers en andere naasten krijgen ook hulp om jongeren weerbaarder te maken tegen, ook online, verleidingen richting criminaliteit. Zij krijgen steun en handvatten om het gesprek over de risico’s van explosies aan te gaan. Een concreet voorbeeld daarvan is de campagne en uitlegvideo ‘Praat met je kind over explosies’.

Opsporing tussenpersonen en opdrachtgevers

De politie richt zich niet alleen op uitvoerders die op heterdaad kunnen worden aangehouden. Door gegevens te analyseren, bijvoorbeeld van telefoons en laptops, ontstaat beter zicht op tussenpersonen en opdrachtgevers. Die analyse moet duidelijk maken wie zij zijn, hoe zij werken en op welke manier zij uitvoerders aansturen. Op basis van die informatie starten nieuwe opsporingsonderzoeken. Daardoor kunnen tussenpersonen en opdrachtgevers ook worden vervolgd, onder meer voor criminele uitbuiting.

Corry van Breda, hoofd Operatiën en plaatsvervangend politiechef in Zeeland-West-Brabant en lid van het Offensief, wijst op de landelijke coördinatietafel explosievenproblematiek. Daar komt de inzet samen, van recherche in basisteams tot landelijke eenheden. In meerdere onderzoeken lukt het om bij reeksen explosies plegers, medeplegers, tussenpersonen en opdrachtgevers aan te houden. Zij noemt de samenwerking tussen politie, OM en gemeente in Alkmaar als voorbeeld. In die zaak kregen opdrachtgevers en een tussenpersoon forse gevangenisstraffen voor een reeks aanslagen en voor deelname aan een criminele organisatie.

Terugdringen beschikbaarheid explosief materiaal

Bij de meeste aanslagen wordt zwaar, illegaal verhandeld vuurwerk gebruikt. Daarom zet het Offensief zowel nationaal als internationaal stevig in op minder beschikbaarheid van dat materiaal. Die aanpak richt zich op het verstoren van productie, transport, opslag en handel in dit soort explosieven.

Ook werkt het Offensief samen met de post- en pakketsector om illegale online vuurwerkhandel via pakketten tegen te gaan. Onder regie van Europol komt bovendien een Operational Taskforce, afgekort OTF, tot stand. Duitsland, Zweden en Nederland trekken daarin samen op bij grensoverschrijdende opsporingsonderzoeken.

Het Nederlandse kabinet en het OTE blijven intussen, samen met internationale partners zoals Frankrijk en Zweden, in Europa aandringen op strengere wet- en regelgeving rond de productie van zwaar vuurwerk. Die inzet heeft ertoe geleid dat de Europese Commissie heeft aangekondigd de ‘pyrorichtlijn’ te willen herzien.

De praktische lijn van deze aanpak blijft daarmee helder: voorkom dat jonge uitvoerders instappen, zet meer druk op de schakels achter de aanslagen en maak explosief materiaal lastiger bereikbaar. Juist die combinatie moet de daling van het aantal aanslagen duurzamer maken.

Bron: Rijksoverheid, Landelijk aantal aanslagen met explosieven blijft afnemen.

Veelgestelde vragen

Hoeveel aanslagen met explosieven waren er in de eerste helft van 2026?

In de eerste zes maanden van 2026 noteerde het Offensief tegen Explosies in totaal 581 (pogingen tot) aanslagen met explosieven. Dit waren er 124 minder dan in dezelfde periode van 2025, wat wijst op een daling van ongeveer 10%.

Wat zijn de drie prioriteiten van het Offensief tegen Explosies?

Het Offensief richt zich op: het aantal jonge uitvoerders terugbrengen, opdrachtgevers en tussenpersonen opsporen en vervolgen, en de beschikbaarheid van explosief materiaal verkleinen. Deze drieledige aanpak moet de daling van aanslagen duurzamer maken.

Hoe probeert het Offensief jonge uitvoerders van aanslagen tegen te gaan?

Het Offensief zet in op preventie via conflictbemiddeling, vroege interventie bij verdachten, en ondersteuning van jongeren door jeugdprofessionals en ouders. Ook loopt er een campagne ‘Praat met je kind over explosies’ om jongeren weerbaarder te maken tegen verleidingen naar criminaliteit.

Welk materiaal wordt meestal gebruikt bij aanslagen met explosieven?

Bij de meeste aanslagen wordt zwaar, illegaal verhandeld vuurwerk gebruikt. Het Offensief richt zich daarom op het verstoren van productie, transport, opslag en handel van dit soort explosieven, zowel nationaal als internationaal.

Wat is de Operational Taskforce explosievenproblematiek?

Onder regie van Europol werken Duitsland, Zweden en Nederland samen in een Operational Taskforce (OTF) voor grensoverschrijdende opsporingsonderzoeken naar illegale vuurwerkhandel en explosievenproblematiek.

← Alle nieuwsberichten