Nieuwe regels dierenwelzijn veehouderij naar de tweede kamer
Welke maatregelen staan in de AMvB?
De ministerraad heeft op 11 september 2026 een Algemene Maatregel van Bestuur vastgesteld die het dierenwelzijn in de veehouderij verder moet verbeteren. Staatssecretaris Erkens van het ministerie van LVVN heeft de AMvB naar het parlement gestuurd. Het pakket voorziet onder meer in het beëindigen van het couperen van varkensstaarten, een verbod op het vastzetten van koeien en het uitfaseren van snelgroeiende kippenrassen.
De dierenwelzijn veehouderij AMvB krijgt gefaseerd vorm richting 2040. Bij die invoering houdt het kabinet rekening met wat boeren praktisch kunnen uitvoeren, welke vergunningen mogelijk zijn en hoe zij een gezond verdienmodel kunnen behouden. Zo moet verbetering van dierenwelzijn samengaan met voldoende ruimte voor investeringen in een toekomstbestendig bedrijf.
Erkens verbindt de omgang met dieren aan het beschavingsniveau van de samenleving. Volgens hem lopen veel Nederlandse veehouders al voorop. Het regelpakket bouwt voor een groot deel voort op plannen die de sector en de Dierenbescherming gezamenlijk hebben ontwikkeld. De staatssecretaris ziet dit als een omvangrijke, maar uitvoerbare stap waarbij voorlopers verder kunnen en andere bedrijven mee moeten bewegen.
Duidelijkheid en ruimte voor de ondernemer
De regels gaan over de toekomstige huisvesting en verzorging van melkvee, vleesvee, kalveren, varkens en kippen. Voor iedere maatregel komt een afzonderlijk moment waarop veehouders eraan moeten voldoen. Bij de uitwerking tellen de praktische uitvoerbaarheid, de financiële gevolgen voor ondernemers en de beschikbare vergunningsruimte mee.
Waar dat kan, kiest het kabinet voor doelvoorschriften. De overheid bepaalt dan het te bereiken resultaat, terwijl een boer zelf kan kiezen hoe dat resultaat binnen het eigen bedrijf wordt gerealiseerd. De AMvB sluit aan op het convenant dat vorig jaar tot stand kwam met agrarische organisaties, de Dierenbescherming en partijen uit de markt en keten.
Voor bestaande en nieuw te bouwen stallen gelden verschillende uitgangspunten. Bij nieuwbouw kunnen veehouders vanaf het begin rekening houden met zowel emissievoorschriften als eisen voor dierenwelzijn. Daarom gaan niet alle onderdelen meteen of direct in hun meest vergaande vorm gelden. Voor sommige aanpassingen krijgen ondernemers meer tijd. Dat moet de verandering uitvoerbaar houden en voorkomen dat productie verschuift naar landen waar dierenwelzijnsnormen vaak lager liggen.
De onafhankelijke Autoriteit dierwaardige veehouderij krijgt waar nodig een rol bij de evaluatie van maatregelen. Zij kijkt daarbij naar de haalbaarheid in de praktijk, waaronder de mogelijkheid om vereiste vergunningen te verkrijgen. Ook andere opgaven op het boerenerf worden meegewogen, zodat regels elkaar niet blokkeren. Voor professionals binnen overheidsorganisaties ligt hier een belangrijk uitvoeringsvraagstuk: vergunningverlening, emissieregels en dierenwelzijn moeten in samenhang worden beoordeeld.
De markt maakt de omslag mogelijk
Boeren kunnen de overstap naar een dierwaardige veehouderij niet zelfstandig dragen. Het kabinet legt daarom ook verantwoordelijkheid bij supermarkten, verwerkende bedrijven, foodservice en andere markt- en ketenpartijen. Deelname van de hele keten moet de omslag realistisch maken en het verdienvermogen van boeren beschermen.
Consumenten kiezen volgens het kabinet vaker voor producten waarbij extra aandacht uitgaat naar dierenwelzijn. Producenten kunnen daardoor ruimte krijgen om voor een beter product een passende prijs te ontvangen. Markt- en ketenpartijen moeten helpen om investeringen in dierenwelzijn terug te verdienen. Staatssecretaris Erkens wil begin 2027 concrete afspraken met deze partijen maken, bijvoorbeeld over een ruimer aanbod van dierwaardige producten en het ontwikkelen van nieuwe exportmarkten.
De uitvoering vraagt daarmee niet alleen om regels, maar ook om bestuurlijke afstemming en afspraken buiten de overheid. Beleidsmakers en andere professionals in de publieke sector moeten de voortgang kunnen verbinden met economische belangen en de praktijk op agrarische bedrijven.
Wat gebeurt er nu met de AMvB?
De Tweede Kamer heeft opdracht gegeven voor het opstellen van de AMvB. Het parlement buigt zich nu over het besluit. Na de parlementaire behandeling en afronding van de verdere wettelijke procedure gaan de eerste voorschriften naar verwachting in 2028 gelden. Daarna volgt invoering per stap, met 2040 als eindpunt. De precieze ingangsdatum wordt voor iedere maatregel afzonderlijk bepaald.
Voor professionals die aan dit dossier werken, ontstaat een langlopend traject van beleidsuitvoering, evaluatie en afstemming met boeren en ketenpartijen. Ambtenaar.Online volgt zulke ontwikkelingen voor alle overheidslagen en brengt nieuws, vacatures en arbeidsmarktcommunicatie op één platform samen. Daarmee blijven zowel actief als latent werkzoekende professionals betrokken bij beleid met maatschappelijke impact. Meer achtergrond bij ontwikkelingen in de publieke sector staat bij Kennis en Inspiratie van Ambtenaar.Online; loopbaaninformatie is te vinden op de pagina Carrière in de publieke sector.
Bron: Rijksoverheid, Dierenwelzijn in de veehouderij naar een hoger niveau, gepubliceerd op 11 september 2026.
Veelgestelde vragen
Welke maatregelen staan in de AMvB voor dierenwelzijn in de veehouderij?
De AMvB voorziet onder meer in het beëindigen van het couperen van varkensstaarten, een verbod op het vastzetten van koeien en de uitfasering van snelgroeiende kippenrassen. De regels gaan over de huisvesting en verzorging van melkvee, vleesvee, kalveren, varkens en kippen.
Wanneer gaat de AMvB voor dierenwelzijn in de veehouderij in?
De eerste voorschriften gaan naar verwachting in 2028 gelden, na behandeling door het parlement en afronding van de wettelijke procedure. De maatregelen worden vervolgens stapsgewijs ingevoerd richting 2040, waarbij iedere maatregel een eigen ingangsdatum krijgt.
Wat betekent de dierenwelzijn-AMvB voor veehouders?
Veehouders moeten hun bedrijfsvoering en mogelijk ook hun stallen gefaseerd aanpassen aan nieuwe eisen voor huisvesting en verzorging. Daarbij houdt het kabinet rekening met praktische uitvoerbaarheid, financiële gevolgen, vergunningen en een gezond verdienmodel.
Gelden voor bestaande en nieuwe stallen dezelfde dierenwelzijnsregels?
Nee, voor bestaande en nieuw te bouwen stallen gelden verschillende uitgangspunten. Bij nieuwbouw kunnen veehouders direct rekening houden met emissievoorschriften en dierenwelzijnseisen, terwijl voor sommige aanpassingen aan bestaande bedrijven meer tijd beschikbaar komt.
Welke rol krijgen supermarkten en andere ketenpartijen bij de dierenwelzijn-AMvB?
Supermarkten, verwerkers, foodservice en andere ketenpartijen moeten helpen om de omslag betaalbaar te maken en investeringen terug te verdienen. Staatssecretaris Erkens wil begin 2027 concrete afspraken maken over onder meer een ruimer aanbod van dierwaardige producten en nieuwe exportmarkten.