Belastingdienst zet in op digitale autonomie
Van leveranciersafhankelijkheid naar eigen regie
Jarenlang gold technologische afhankelijkheid als een gegeven, niet als een risico. Dat beeld is gekanteld. Op 11 juni 2026 stuurde staatssecretaris Eerenberg van Financiën een brief aan de Tweede Kamer met een heldere ambitie: de Belastingdienst moet rijksbreed koploper worden op het gebied van digitale autonomie.
De organisatie heeft daarvoor een stevige basis. Een eigen datacentrum, een groot aandeel zelfgebouwde systemen en een omvangrijke interne IT-organisatie geven de Belastingdienst een voorsprong ten opzichte van veel andere overheidsorganisaties. Eerenberg omschrijft de noodzaak als volgt: “Als de Belastingdienst zijn autonomie wil behouden en versterken vraagt dat om een meer wendbare en weerbare organisatie.”
Tegelijk is Eerenberg open over de grenzen van die ambitie. Volledige onafhankelijkheid van niet-Europese technologie is voorlopig geen realistisch doel, zeker niet in de infrastructuur. “We kunnen de wereld met ingeburgerde en gevestigde technologie om ons heen niet negeren”, schrijft hij. Die eerlijkheid is relevant: het gaat om een koers, niet om een eindpunt dat morgen bereikt wordt.
Vier pijlers onder de autonomiestrategie
De strategie rust op vier concrete thema’s. Samen vormen ze de blauwdruk waarmee de Belastingdienst grip wil terugkrijgen op zijn eigen digitale infrastructuur.
- Meer zelfbouw en eigen IT-beheer: systemen en applicaties worden zoveel mogelijk intern ontwikkeld en onderhouden, met voorkeur voor digitaal autonome leveranciers.
- Uitbreiding van eigen datacentercapaciteit: meer beheer in eigen handen vraagt fysieke ruimte en rekenkracht die de organisatie zelf controleert.
- Verdere inzet op open source: door te kiezen voor open standaarden en open source software vermindert de afhankelijkheid van specifieke commerciële partijen.
- Bijsturen op lopende IT-projecten: bestaande trajecten worden getoetst op autonomierisico’s en waar nodig aangepast.
Randvoorwaarden zijn daarbij onvermijdelijk. Eigen beheer vereist herzien inkoopbeleid en aangepaste aanbestedingsregels. De Belastingdienst trekt in dit traject samen op met andere ministeries en uitvoerders, en wil de opgedane kennis actief delen binnen de rijksoverheid.
Twee lopende projecten die nu al worden bijgestuurd
De koerswijziging blijft niet bij intenties. Op twee concrete trajecten zijn al ingrepen gedaan.
Omzetbelasting: infrastructuur terug in eigen handen
Bij de modernisering van het omzetbelastingsysteem neemt de Belastingdienst het beheer van de serverinfrastructuur over van de externe leverancier. De servers komen in eigen datacenters te staan, beheerd door eigen medewerkers. Ook het updatekanaal, waarmee de leverancier software kon doorvoeren, komt onder controle van de Belastingdienst zelf. Juridische stappen zijn gezet om toegang tot de broncode te verkrijgen.
Deze ingreep heeft een directe consequentie: de uitrol van het nieuwe VAT-refund systeem gaat niet door op 1 juli 2026. Voor ondernemers leidt de vertraging niet tot problemen of extra kosten. De implementatie van de binnenlandse omzetbelasting per juli 2027 is vooralsnog niet geraakt.
Klantcontactcentrum: autonomie als criterium in de aanbesteding
Het huidige klantcontactcentrum, waarmee burgers, bedrijven en intermediairs contact hebben met de Belastingdienst, Toeslagen en Douane, is technisch en functioneel verouderd. Het contract met de huidige leverancier loopt in 2028 af. De Europese aanbesteding voor een vervangende voorziening is in 2024 gestart, met digitale autonomie als expliciet beoordelingscriterium.
Omdat de aanbesteding nog loopt, kan over de uitkomst nog niets worden gezegd. Wel is de inzet helder: het nieuwe systeem moet aansluiten op de autonomieprincipes én de continuïteit van de dienstverlening borgen. De conclusies uit het AcICT-rapport worden daarbij betrokken.
Wat dit vraagt van de organisatie
Meer eigen beheer is geen beslissing die je met een beleidsnota regelt. Het vraagt uitbreiding van datacentercapaciteit, aanpassing van inkoopprocessen en, niet in de laatste plaats, mensen met de juiste technische kennis. De Belastingdienst heeft al een grote professionele IT-organisatie, maar de koers naar meer zelfbouw vergroot de vraag naar IT-talent binnen de rijksoverheid structureel.
Daarbij geldt als harde randvoorwaarde dat de autonomiestrategie nooit ten koste mag gaan van informatiebeveiliging of de betrouwbaarheid van de dienstverlening voor burgers en ondernemers. Voor IT-professionals die zich oriënteren op een functie bij de rijksoverheid biedt dit perspectief: bekijk actuele vacatures in de publieke sector en zie waar de vraag naar digitale expertise het grootst is.
Transparantie richting de Tweede Kamer
Eerenberg heeft toegezegd de Kamer te betrekken op momenten waarop de autonomiestrategie botst met andere prioriteiten in het IT-portfolio. Over de uitkomst van de aanbesteding voor het klantcontactcentrum wordt de Kamer zo spoedig mogelijk geïnformeerd, mede op basis van het AcICT-rapport.
De digitale autonomie van de Belastingdienst is daarmee geen intern IT-dossier, maar een politiek en maatschappelijk vraagstuk dat de komende jaren op de agenda blijft. Voor meer achtergrond over digitaliseringsbeleid bij de rijksoverheid, zie ook kennis en inspiratie voor professionals in de publieke sector.