14 juni 2026

Beroepskracht in opleiding in kinderopvang: regeling verlengd

Wat houdt de verlengde regeling in?

Per 1 juli 2026 mogen kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang (bso’s) opnieuw tot de helft van hun formatie invullen met beroepskrachten in opleiding. Die ruimte geldt tot 1 juli 2028. Minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) heeft deze verlenging met twee jaar besloten.

Ter vergelijking: vóór 2022 lag de grens op een derde van de formatie. De verruiming naar de helft werd destijds ingevoerd als tijdelijke maatregel vanwege personeelstekort en werkdruk. Nu die druk aanhoudt, wordt de maatregel verlengd in plaats van afgebouwd.

Eind 2027 volgt een nieuw beslismoment: dan weegt de minister af of de verruimde grens structureel wordt ingevoerd vanaf 1 juli 2028. Wat er in de tussentijd in de sector gebeurt, telt dus mee voor die afweging.

Waarom blijft de verruiming nodig?

Het personeelstekort in de kinderopvang is niet opgelost. De verwachting is dat dit tekort voorlopig aanhoudt, en de sector heeft behoefte aan praktische handvatten om toch verantwoord open te blijven.

De formatieverruiming biedt die ruimte. Kinderopvanglocaties krijgen meer flexibiliteit bij pauzes, verlof en ziekteverzuim van vaste medewerkers. Concreet betekent dit dat groepen minder vaak hoeven te sluiten. Voor ouders en voor de continuïteit van de opvang is dat een direct voordeel. Bekijk vacatures in de publieke sector als je actief op zoek bent naar personeel of een nieuwe functie.

Zo stel je een begeleidingsplan op

Een beroepskracht in opleiding telt pas mee voor de formatie als er een goedgekeurd begeleidingsplan ligt. Dat is geen formaliteit: het plan is de basis voor verantwoorde inzet en beschermt zowel de leerling als de vaste medewerkers.

Wie tekent het begeleidingsplan?

Het begeleidingsplan moet worden goedgekeurd door drie partijen: de beroepskracht in opleiding zelf, de praktijkbegeleider op de locatie en de opleidingsbegeleider vanuit de opleiding. Alle drie moeten akkoord gaan voordat de leerling formatief mag worden ingezet. Ontbreekt een van de handtekeningen, dan telt de leerling niet mee voor de bezetting.

Wat moet er minimaal in staan?

Het plan heeft twee doelen: de kwaliteit van de opvang borgen en overbelasting voorkomen, zowel bij de vaste beroepskrachten als bij de leerling zelf. Denk bij de inhoud aan:

  • De opleidingsfase van de leerling en welke taken daarbij passen
  • Het percentage van de werkuren waarop de leerling formatief wordt ingezet
  • De manier waarop begeleiding en feedback zijn georganiseerd
  • Afspraken over evaluatiemomenten met alle betrokken partijen

Maak het plan concreet en haalbaar. Een generiek document dat in een la verdwijnt, helpt niemand. Bespreek het plan ook regelmatig: omstandigheden veranderen, en de afspraken moeten meebewegen.

Werkdruk: risico of voordeel?

In de sector leven verschillende beelden over de impact op werkdruk. Sommigen vrezen dat het inzetten van leerlingen de druk op vaste medewerkers vergroot. Uit de evaluatie van de regeling en gesprekken met medewerkers en houders van kinderopvangorganisaties blijkt dit effect echter beperkt.

Wat opvalt: vaste medewerkers werken liever samen met een vaste beroepskracht in opleiding dan met steeds wisselende invalkrachten. Continuïteit in het team werkt prettiger dan telkens nieuwe gezichten inwerken. Bovendien geldt dat goede begeleiding de werkdruk juist kan verlagen, omdat de leerling dan zelfstandiger functioneert en minder ad-hoc ondersteuning vraagt.

De sleutel zit in gezamenlijke, heldere afspraken. Zorg dat de inzet van leerlingen niet iets is dat er ‘even bij’ wordt gedaan, maar een bewuste keuze met structurele aandacht voor begeleiding.

Wat staat er in de Cao Kinderopvang?

De Cao Kinderopvang bepaalt in welke fase van de opleiding een beroepskracht in opleiding formatief op een groep mag staan, en voor welk percentage van de werkuren. Niet elke leerling in elke fase van de opleiding mag dus automatisch voor de helft van de formatie meetellen: de cao stelt daar voorwaarden aan.

Cao-partijen hebben aangekondigd de betreffende bepaling te willen verduidelijken. Het doel is zorgvuldige inzet te bevorderen en onduidelijkheid in de praktijk weg te nemen. Raadpleeg de actuele cao-tekst of je brancheorganisatie voor de exacte bepalingen die voor jouw situatie gelden.

Wat gebeurt er na 1 juli 2028?

Eind 2027 neemt minister Aartsen een besluit over de toekomst van de maatregel. De vraag is dan of de verruimde formatiegrens structureel wordt ingevoerd of alsnog wordt teruggedraaid. De uitkomst van de cao-verduidelijking weegt daarin mee: als cao-partijen de bepalingen aanscherpen en de sector laat zien dat de regeling verantwoord wordt toegepast, vergroot dat de kans op een structurele invoering.

Voor HR-professionals en leidinggevenden in de kinderopvang betekent dit dat de komende twee jaar ook een toetsperiode zijn. Hoe de sector omgaat met begeleidingsplannen, cao-afspraken en werkdruk, vormt de basis voor het besluit in 2027. Meer achtergrond over arbeidsmarktbeleid in de publieke sector vind je op Kennis & Inspiratie.

Bron: Rijksoverheid.nl, 4 juni 2026

← Alle nieuwsberichten