Rijksoverheid 13 oktober 2026

Bijmengverplichting groen gas dichterbij na akkoord Kamer

Wetsvoorstel bijmengverplichting groen gas naar de Eerste Kamer

De bijmengverplichting groen gas is dichter bij invoering gekomen. Het kabinet wil daarmee meer hernieuwbaar gas onderdeel maken van de Nederlandse gaslevering en leveranciers laten bijdragen aan een duurzamere gasvoorziening. De Tweede Kamer heeft met het wetsvoorstel ingestemd. De verdere uitwerking in een algemene maatregel van bestuur, een AMvB, is voor advies naar de Raad van State gestuurd, terwijl het wetsvoorstel doorgaat naar de Eerste Kamer. De beoogde ingangsdatum is 2027.

Energieleveranciers moeten volgens het voorstel ieder jaar een vastgestelde hoeveelheid groen gas toevoegen. Dat moet de uitstoot van broeikasgassen terugdringen. Producenten maken groen gas uit afvalstromen en restmateriaal, waarna het aardgas rechtstreeks kan vervangen. Voor agrarische bedrijven ontstaat zo een mogelijkheid om reststromen te benutten voor gasproductie en verduurzaming.

Minister Van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei legt daarbij de nadruk op twee doelen. Minder gas van buiten Europa verkleint volgens haar de afhankelijkheid van import, terwijl extra productie van groen gas helpt om de klimaatdoelen te bereiken. Het kabinet werkt met de sector samen aan een goede uitvoering.

Hoe de verplichting voor energieleveranciers is opgebouwd

Het aandeel van een energieleverancier in de totale gaslevering aan ETS2-sectoren bepaalt hoe groot de eigen verplichting wordt. Leveranciers met een groter marktaandeel dragen daardoor een groter deel. Het kabinet wil de opgave op die manier evenredig over de sector verdelen.

De omvang wordt uitgedrukt als de overeenkomstige besparing op de uitstoot van CO2. In 2027 begint de verplichting op 0,63 megaton CO2-besparing. Vanaf 2031 gaat het om 2,85 megaton per jaar. De regeling blijft volgens het voorstel minimaal tot en met 2040 gelden.

Voor professionals bij overheidsorganisaties maakt deze opbouw duidelijk wanneer de beleidsopgave groeit en welke partijen daarvoor verantwoordelijk zijn. Het dossier raakt onder meer energiebeleid, klimaatbeleid en toezicht. Ambtenaar.Online volgt zulke ontwikkelingen voor professionals binnen de vijf overheidslagen en brengt beleidsnieuws samen met vacatures en arbeidsmarktcommunicatie op één platform.

Wat de bijmengverplichting kost voor huishoudens

De berekende meerkosten bedragen in het eerste jaar hoogstens 1,5 cent per kuub gas. Dit bedrag loopt volgens de raming op tot maximaal 9 cent per kuub in 2031. De kosten nemen dus toe naarmate de verplichting zwaarder wordt.

Voor een gemiddeld huishouden dat gas gebruikt voor verwarming komt de stijging in het eerste jaar naar verwachting uit op 15 euro per jaar, exclusief btw. De bron geeft voor latere jaren geen bedrag per huishouden. De uiteindelijke gevolgen voor huishoudens krijgen een plaats in de geplande evaluatie.

Toezicht door de NEa op duurzaamheid en fraude

Groen gas telt alleen mee wanneer het voldoet aan voorwaarden voor duurzaamheid en vermindering van broeikasgasuitstoot. De Nederlandse Emissieautoriteit, de NEa, krijgt een centrale taak bij zowel de uitvoering als de controle op de regeling.

Voor iedere geregistreerde hoeveelheid groen gas zijn garanties van oorsprong en bewijzen van duurzaamheid nodig. Deze combinatie moet misbruik tegengaan en aantonen waar het gas vandaan komt en aan welke duurzaamheidseisen het voldoet. De NEa publiceert elk jaar gegevens over de hoeveelheid groen gas die beschikbaar is en de hoeveelheid die leveranciers hebben ingeboekt.

Die controle is relevant voor beleidsmedewerkers, toezichthouders en professionals die werken aan energietransitie. Meer achtergrond bij vergelijkbare beleidsontwikkelingen staat bij Kennis en Inspiratie voor de publieke sector.

Evaluatie in 2029 en mogelijke effecten van mestvergisting

Uiterlijk in 2029 beoordeelt het kabinet hoe de bijmengverplichting uitpakt. Daarbij kijkt de evaluatie naar de afname van de uitstoot van CO2, methaan en stikstof. Ook de gevolgen voor huishoudens, ondernemingen en de Nederlandse sector voor groen gas worden meegenomen.

Vanaf het moment dat de regeling ingaat, volgt het kabinet ook de productie van groen gas via mestvergisting. De monitoring moet zichtbaar maken of de stimulering ongewenste gevolgen veroorzaakt. Als zulke effecten optreden, kan het kabinet afwegen welke maatregelen nodig zijn.

Voor professionals in de publieke sector ligt de praktische aandacht daarom bij drie momenten: de beoogde start in 2027, de hogere verplichting vanaf 2031 en de evaluatie uiterlijk in 2029. De oorspronkelijke berichtgeving en alle genoemde cijfers zijn te raadplegen in het nieuwsbericht van de Rijksoverheid over het voorstel voor groen gas.

Wil je dit dossier blijven volgen? Bekijk het beleidsnieuws en de vacatures binnen de publieke sector op Ambtenaar.Online en houd de ontwikkelingen rond energie- en klimaatbeleid bij.

Veelgestelde vragen

Wat houdt de bijmengverplichting groen gas in?

Energieleveranciers moeten jaarlijks een vastgestelde hoeveelheid groen gas toevoegen aan hun gasleveringen. De omvang hangt af van hun marktaandeel in de totale levering aan ETS2-sectoren.

Wanneer moet de verplichting ingaan?

Het kabinet wil de wet in 2027 laten ingaan. De Tweede Kamer heeft ingestemd, de AMvB ligt bij de Raad van State en het wetsvoorstel gaat naar de Eerste Kamer.

Wat kost de regeling een gemiddeld huishouden?

Voor een gemiddeld gasgestookt huishouden gaat het in het eerste jaar naar verwachting om 15 euro per jaar exclusief btw. De berekende meerkosten zijn dan maximaal 1,5 cent per kuub gas.

Wie controleert de regeling?

De Nederlandse Emissieautoriteit krijgt een belangrijke rol bij uitvoering en toezicht. Voor ingeboekt groen gas zijn garanties van oorsprong en bewijzen van duurzaamheid vereist.

Wanneer wordt de bijmengverplichting geëvalueerd?

De evaluatie vindt uiterlijk in 2029 plaats. Daarbij wordt gekeken naar emissiereductie en de gevolgen voor huishoudens, bedrijven en de Nederlandse groen-gassector.

← Alle nieuwsberichten