Lagere energieprestatievergoeding naar raad van state
Lagere energieprestatievergoeding naar Raad van State
Het kabinet wil de energieprestatievergoeding voor huurders aanpassen om een groot deel van de financiële gevolgen van het beëindigen van de salderingsregeling op te vangen. De ministerraad stemde op 16 oktober 2026 in met een wijziging van het Besluit Energieprestatievergoeding. Het voorstel ligt nu ter advisering bij de Raad van State. Volgens de planning gaan de aangepaste EPV-tarieven op 1 januari 2027 gelden.
De tariefswijziging richt zich op huurders die een energieprestatievergoeding, oftewel EPV, aan hun verhuurder betalen. Voor professionals in wonen, duurzaamheid en volkshuisvesting is vooral de combinatie van betaalbaarheid en verduurzaming relevant. Ambtenaar.Online volgt zulke beleidsontwikkelingen voor professionals in de publieke sector en brengt nieuws en loopbaaninformatie over alle vijf overheidslagen op één centrale plek samen.
Wat betekent de wijziging voor huurders?
Zonder aanpassing zou de rekening voor huurders met het hoogste toegestane EPV-tarief naar verwachting aanzienlijk oplopen. Zij zouden maandelijks € 42 tot € 75 meer kwijt zijn dan in de eerdere situatie, waarin opgewekte elektriciteit nog kon worden gesaldeerd en geen kosten voor teruglevering golden. De afschaffing van de salderingsregeling vormt daarmee de directe aanleiding voor de herberekening.
Na herijking blijft een stijging over van ongeveer € 8 à € 13 per maand. De wijziging neemt het financiële effect dus niet volledig weg, maar beperkt het grootste deel ervan. Voor huurders met een energieprestatievergoeding maakt dat het verschil tussen de verwachte kosten zonder ingreep en de lagere toename die het kabinet met het voorstel beoogt.
De bedragen hebben betrekking op EPV-huurders die het maximale tarief betalen. Het nieuwsbericht van de Rijksoverheid noemt geen andere tarieven of bedragen. De beoogde startdatum is 1 januari 2027, nadat het voorstel voor advies aan de Raad van State is voorgelegd.
Wat is de energieprestatievergoeding?
Een verhuurder mag een EPV in rekening brengen voor een gasloze huurwoning die bijzonder energiezuinig is en zelf hernieuwbare energie produceert. Vaak betreft dit een woning waarop veel zonnepanelen liggen. De vergoeding hangt daarmee samen met de energieprestatie en eigen opwekking van de woning.
Bewoners van een EPV-woning betalen niet ook nog via de kale huur of de servicekosten voor de zonnepanelen. De energieprestatievergoeding vormt daarvoor de afzonderlijke vergoeding. Deze afbakening is relevant om de aangekondigde tariefswijziging goed te kunnen plaatsen.
Bij de modernisering van het EPV-besluit in 2023 kondigde het kabinet al aan de maximale bedragen opnieuw te beoordelen vanwege het voorgenomen einde van de salderingsregeling. In 2024 volgde het besluit om die regeling versneld per 2027 stop te zetten. Wie zich beroepsmatig verdiept in energietransitie en woningbeleid vindt op Kennis & Inspiratie over publieke vraagstukken meer inhoudelijke context.
Gevolgen voor corporaties en verduurzaming
Lagere EPV-tarieven beperken de inkomsten van woningcorporaties en raken daardoor ook hun mogelijkheden om te investeren. Tegenover dat effect staan maatregelen uit het actieplan versnellen woningbouw. Het kabinet wil daarmee de investeringscapaciteit met € 28 miljard verbeteren.
Een van de genoemde maatregelen betreft een wijziging van de regels rond de Anti Tax Avoidance Directive, afgekort ATAD. Het kabinet presenteerde die aanpassing met Prinsjesdag. Het nieuwsbericht koppelt de lagere opbrengsten uit de EPV zo aan een breder pakket dat de financiële mogelijkheden van corporaties moet versterken.
Begin 2027 bespreekt de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening de Nationale Prestatieafspraken met alle betrokken partners. Tijdens dat overleg komt de volledige opdracht van corporaties aan bod, inclusief de verduurzaming van hun woningvoorraad. De herijking raakt daardoor zowel de maandlasten van huurders als de ruimte van corporaties om aan die opdracht te werken.
Voor beleidsmedewerkers en andere professionals vraagt dit dossier om aandacht voor betaalbaarheid, corporatiefinanciën en verduurzaming in samenhang. Ambtenaar.Online verbindt zulke actuele beleidsinformatie met carrière-informatie en vacatures binnen de publieke sector. Daardoor blijven ook professionals die latent werkzoekend zijn het hele jaar in contact met inhoudelijke ontwikkelingen en overheidsorganisaties. Op de pagina Carrière binnen de publieke sector staat aanvullende loopbaaninformatie.
Werk je aan betaalbaar wonen of verduurzaming en zoek je een volgende stap? Bekijk de actuele vacatures bij overheidsorganisaties op Ambtenaar.Online en vind een functie waarin je bijdraagt aan deze opgave.
Bron
De feiten, bedragen en planning in dit bericht zijn gebaseerd op het nieuwsbericht van de Rijksoverheid van 16 oktober 2026: Voorstel voor lagere energieprestatievergoeding naar Raad van State.
Veelgestelde vragen
Wanneer moeten de gewijzigde EPV-tarieven ingaan?
Volgens het kabinetsvoorstel gaan de aangepaste tarieven voor de energieprestatievergoeding op 1 januari 2027 gelden.
Hoeveel zouden huurders zonder wijziging extra betalen?
EPV-huurders die het maximale tarief betalen, zouden naar schatting € 42 tot € 75 per maand meer betalen dan in de situatie met salderen en zonder terugleverkosten.
Wat blijft de geschatte stijging na de herijking?
De herberekening beperkt de verwachte stijging tot ongeveer € 8 à € 13 per maand.
Welke gevolgen heeft de verlaging voor woningcorporaties?
Lagere EPV-tarieven hebben gevolgen voor de inkomsten en investeringscapaciteit van corporaties. De verduurzamingsopgave wordt begin 2027 meegewogen bij de gesprekken over de Nationale Prestatieafspraken.