24 juni 2026

Voorkeursrecht kerncentrales Terneuzen en Eemshaven uitgelegd

Op 19 juni 2026 vestigde de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening een nationaal voorkeursrecht op gronden nabij Terneuzen en Eemshaven. Beide locaties worden onderzocht als mogelijke bouwplaats voor twee nieuwe kerncentrales. Voor beleidsadviseurs, juristen en ruimtelijke-ordeningsprofessionals die dit dossier in hun werkgebied raken, is het belangrijk te begrijpen wat dit instrument juridisch inhoudt en welke gevolgen het heeft voor grondeigenaren en zakelijk gerechtigden.

Waarom is er een nationaal voorkeursrecht gevestigd?

De staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei vroeg de minister van VRO om het voorkeursrecht te vestigen, omdat de rijksoverheid op zoek is naar geschikte locaties voor twee nieuwe kerncentrales. Terneuzen en de Eemshaven zijn daarvoor aangewezen als zoeklocaties. Bij Terneuzen loopt ook een zoekproces naar een geschikte plek voor een 380 kV-hoogspanningsstation.

Het voorkeursrecht dient twee concrete doelen. Ten eerste krijgt de Staat een eerste recht van koop: zodra een eigenaar besluit te verkopen, moet de grond eerst aan het Rijk worden aangeboden. Ten tweede voorkomt het instrument dat gronden door derden worden opgekocht of door kavelsplitsing versnipperd raken. Zo behoudt het ministerie van Economische Zaken en Klimaat grip op de ruimtelijke ontwikkeling rond de zoeklocaties. Meer achtergrond over hoe dit soort beleid de energietransitie ondersteunt, vind je in kennis en inspiratie over de publieke sector.

Wat houdt een nationaal voorkeursrecht precies in?

Een nationaal voorkeursrecht geeft de overheid het recht om als eerste koper op te treden wanneer een grondeigenaar vrijwillig besluit te verkopen. Dat is een cruciaal onderscheid: het instrument verplicht eigenaren niet tot verkoop. Wie zijn perceel wil houden, kan dat gewoon doen.

Het voorkeursrecht heeft betrekking op de grond zelf én op alles wat daarop staat, zoals woningen en bedrijfsgebouwen. Het dagelijkse gebruik van de grond verandert niet. Eigenaren, huurders en gebruikers kunnen de grond en gebouwen op dezelfde manier blijven gebruiken als voor de vestiging van het voorkeursrecht. De beperkingen zitten uitsluitend in de overdraagbaarheid, niet in het gebruik.

Hoe weet je of jouw perceel onder de beschikking valt?

Betrokken grondeigenaren hebben een aangetekende brief ontvangen met daarin de voorkeursrechtbeschikking van de minister van VRO. Bij die brief zit een lijst van alle kadastrale percelen waarop het voorkeursrecht van toepassing is, aangevuld met een luchtfoto die de betrokken gronden visueel in beeld brengt. Een aparte brief van het ministerie van Klimaat en Groene Groei legt uit wat de beschikking voor de eigenaar betekent.

Wie wil controleren of een specifiek perceel onder het voorkeursrecht valt, kan dat ook nagaan via de openbare registers van het Kadaster. De beschikkingen zijn eveneens te vinden op de ministeriepagina van BZK onder het kopje ‘Documenten’. Vragen over de beschikking kunnen worden gesteld via de contactpersoon die in de brief van KGG staat vermeld, of via het e-mailadres contact.kernenergie@minezk.nl. Algemene informatie over het instrument staat op de website van het Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl).

Welke gevolgen heeft het voorkeursrecht voor verkoop en overdracht?

Wie een perceel wil verkopen waarop een voorkeursrecht rust, moet de grond eerst aanbieden aan het Rijksvastgoedbedrijf. Dat lichaam treedt namens de Staat op als koper. Pas als het Rijksvastgoedbedrijf afziet van aankoop, mag de eigenaar de grond aan een derde verkopen.

De reikwijdte van het voorkeursrecht gaat verder dan alleen een reguliere kooptransactie. Het geldt ook voor andere vormen van overdracht en verdeling, en voor het vestigen van zakelijke rechten op de grond, zoals opstal, erfpacht of vruchtgebruik. Dat raakt niet alleen de eigenaar zelf, maar ook degenen die al een zakelijk recht op de grond hebben. Een erfpachter of houder van een opstalrecht wordt eveneens beperkt in de overdraagbaarheid van zijn recht.

Een notaris kan een overdracht aan een derde simpelweg weigeren als het voorkeursrecht nog van kracht is. Onder elke notariële leveringsakte moet een verklaring worden opgenomen dat er geen voorkeursrecht op de betreffende onroerende zaak rust, of dat de overdracht aantoonbaar niet in strijd is met de Omgevingswet. Ontbreekt die verklaring, dan kan de eigendomsoverdracht niet worden voltooid.

Wanneer geldt er een uitzondering op de aanbiedingsplicht?

De Omgevingswet kent een aantal situaties waarin de aanbiedingsplicht aan de Staat niet geldt. De wettelijke uitzonderingen zijn vastgelegd in de artikelen 9.8 en 9.9 van de Omgevingswet. Overdracht is zonder aanbieding aan het Rijk mogelijk in de volgende gevallen:

  • Overdracht aan de echtgenoot of geregistreerd partner, aan bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn tot en met de tweede graad, of aan een pleegkind dat duurzaam als eigen kind is onderhouden en opgevoed (artikel 9.8, onder a).
  • Verdeling van een gemeenschap als bedoeld in artikel 166 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek (artikel 9.8, onder b).
  • Overdracht op grond van een uiterste wilsbeschikking, zoals een testament (artikel 9.8, onder c).
  • Overdracht aan een gemeente, waterschap, provincie, de Staat zelf of een door de minister van Binnenlandse Zaken aangewezen rechtspersoon (artikel 9.8, onder d).
  • Verkoop op grond van een wettelijke bepaling, een rechterlijk bevel of een executoriale verkoop (artikel 9.8, onder e).
  • Vervreemding op basis van een overeenkomst die vóór de vestiging van het voorkeursrecht met een pachter is gesloten, mits aan de gestelde voorwaarden is voldaan (artikel 9.8, onder f).
  • Overdracht op basis van een vóór het voorkeursrecht in de openbare registers ingeschreven overeenkomst, mits de levering binnen zes maanden na die inschrijving plaatsvindt, aan de in de overeenkomst genoemde partij en voor de daarin bepaalde of bepaalbare prijs (artikel 9.9).

Naast deze wettelijke uitzonderingen bestaat er een individuele ontheffingsmogelijkheid. Een grondeigenaar kan de minister van VRO verzoeken om in zijn specifieke geval een uitzondering te maken op grond van gewichtige redenen (artikel 9.10 Omgevingswet). De minister beoordeelt per geval of die redenen voldoende aannemelijk zijn gemaakt.

Hoe lang blijft het voorkeursrecht van kracht?

De beschikking geldt voor maximaal drie jaar, gerekend vanaf de bekendmaking. Na het verstrijken van die termijn vervalt het voorkeursrecht van rechtswege. Verlenging is mogelijk, maar vereist een nieuw, afzonderlijk besluit van de minister van VRO.

De minister kan het voorkeursrecht ook eerder beëindigen door de beschikking in te trekken. Ook daarvoor is een apart ministerieel besluit nodig. Het voorkeursrecht eindigt dus niet automatisch eerder dan na drie jaar, tenzij de minister actief besluit tot intrekking.

Wat kun je doen als je het niet eens bent met de beschikking?

Belanghebbenden kunnen bezwaar indienen tegen de voorkeursrechtbeschikking bij de minister van VRO. Als belanghebbende gelden de grondeigenaar, maar ook zakelijk gerechtigden zoals erfpachters en houders van een opstalrecht. De minister beslist op het bezwaar.

Wie het niet eens is met de beslissing op bezwaar, kan beroep instellen bij de rechtbank. Tegen de uitspraak van de rechtbank staat vervolgens hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Relevant voor ambtenaren die dit dossier begeleiden: niet alle gronden waarop het voorkeursrecht is gevestigd zullen uiteindelijk worden aangekocht. De definitieve omvang van de grondverwerving hangt af van de inrichting van het gekozen gebied na de locatiebeslissing. Het voorkeursrecht is dus een instrument om opties open te houden, geen garantie dat alle betrokken percelen ook daadwerkelijk in staatshanden overgaan.

Bron: Rijksoverheid.nl: Vragen en antwoorden over het voorkeursrecht Terneuzen en Eemshaven voor de nieuwbouw kerncentrales (23 juni 2026)

← Alle nieuwsberichten