Rijksoverheid 1 juli 2026

Landelijk vuurwerkverbod per 2026: gevolgen voor gemeenten

Landelijk vuurwerkverbod voor consumenten van kracht per 1 augustus 2026

Consumenten mogen vanaf de komende jaarwisseling geen eigen vuurwerk meer afsteken. Het inwerkingtredingsbesluit van de Wet veilige jaarwisseling en het besluit over de ontheffingsmogelijkheid voor burgemeesters verschijnen op 1 juli in het Staatsblad. Daarmee staat vast dat het verbod op 1 augustus 2026 ingaat.

De wet zelf komt niet uit Den Haag als kabinetsvoorstel, maar als initiatiefwet van Progressief Nederland en Partij voor de Dieren. Beide Kamers stemden hier vorig jaar mee in. De kern van de wet: consumenten mogen geen vuurwerk meer kopen en afsteken, tenzij een lokale ontheffing dat toestaat.

Voor gemeenteambtenaren betekent dit dat het landelijk vuurwerkverbod niet langer een aankomend wetsvoorstel is, maar een vaststaand feit met een concrete datum. Wie zich bezighoudt met openbare orde, evenementenbeleid of vergunningverlening, krijgt hiermee een nieuw uitvoeringsdossier op het bord.

Drie voorwaarden die de Tweede Kamer vooraf stelde

Voordat de Tweede Kamer akkoord ging met het ingaan van de wet, moest het Kabinet aan drie voorwaarden voldoen. Deze voorwaarden vormen tegelijk de bouwstenen van wat gemeenten straks moeten uitvoeren.

  • Een handhavingsplan, zodat duidelijk is hoe het verbod in de praktijk gecontroleerd wordt.
  • De mogelijkheid voor lokale ontheffingen, zodat verenigingen onder voorwaarden toch vuurwerk kunnen afsteken.
  • Een zorgvuldige en eerlijke nadeelcompensatie voor vuurwerkondernemers die door het verbod inkomsten verliezen.

De uitgangspunten voor die nadeelcompensatieregeling zijn in mei al naar de Tweede Kamer gestuurd. Op dit moment werkt het Kabinet die uitgangspunten verder uit. Voor gemeenten is vooral de tweede voorwaarde, de ontheffingsmogelijkheid, relevant: die bepaalt hoeveel beleidsruimte een burgemeester lokaal heeft.

Aanpassingen in de ontheffingsbevoegdheid van burgemeesters

Het besluit dat burgemeesters de bevoegdheid geeft om ontheffingen te verlenen aan verenigingen, is niet zonder kritiek gebleven. De Raad van State constateerde dat het ontwerpbesluit geen veiligheidsafstanden bevatte en ook geen eis stelde aan lokale binding van de aanvragende vereniging. Diezelfde zorgen speelden al in de Tweede Kamer en bij burgemeesters zelf. Het besluit is daarom op twee punten bijgesteld voordat het naar het Staatsblad ging.

Veiligheidsafstanden gelijk aan professionele shows

De eerste aanpassing koppelt de veiligheidsafstanden voor verenigingen aan de afstanden die professionele vuurwerkbedrijven al moeten aanhouden bij het afsteken van consumentenvuurwerk tijdens shows. Afhankelijk van het type vuurwerk gaat het om 15, 40 of 60 meter. Voor gemeenten betekent dit een objectief toetsingskader bij het beoordelen van een ontheffingsaanvraag.

Alleen verenigingen met lokale binding

De tweede aanpassing beperkt de kring van aanvragers. Alleen verenigingen of stichtingen met een aantoonbare lokale binding komen in aanmerking voor een ontheffing, denk aan een wijk- of buurtvereniging, een sportvereniging of een speciaal voor dit doel opgerichte vuurwerkvereniging. Die binding kan blijken uit het vestigingsadres, eerdere activiteiten in de gemeente of de statutaire doelstelling. Het uitgangspunt hierachter: ontheffingen zijn primair bedoeld voor dorps- en buurtverenigingen, niet voor losse initiatieven zonder wortels in de gemeenschap.

Wat gemeenten te doen staat richting 1 augustus 2026

Met de inwerkingtreding op 1 augustus krijgen gemeenten de maanden erna om zich voor te bereiden op de eerste jaarwisseling met een landelijk vuurwerkverbod voor consumenten. Dat voorbereidingstraject bestaat uit meerdere onderdelen die elkaar opvolgen.

  • Een landelijke communicatiecampagne die in de zomer van start gaat, gericht op bewustwording bij consumenten.
  • Een handreiking voor gemeenten die ondersteuning biedt bij het inrichten van het ontheffingsproces voor verenigingen.
  • Inleverdagen waarop mensen met nog aanwezig vuurwerk dit kunnen inleveren.

Voor beleidsmedewerkers openbare orde en veiligheid, juristen en vergunningverleners bij gemeenten betekent dit concreet: het uitwerken van een lokaal ontheffingsbeleid op basis van de veiligheidsafstanden en de eis van lokale binding, het afstemmen van handhaving met politie en boa’s, en het informeren van verenigingen die eerder vuurwerk afstaken bij lokale evenementen. Wie meer wil weten over hoe andere gemeenten beleidskeuzes rond dit soort dossiers oppakken, kan lees meer nieuws over gemeenten raadplegen voor verdiepende achtergrondverhalen.

Dit artikel is gebaseerd op het nieuwsbericht van de Rijksoverheid over het landelijk vuurwerkverbod voor consumenten, gepubliceerd op 1 juli 2026. Voor de volledige, officiële toelichting: Landelijk vuurwerkverbod voor consumenten dit jaar van kracht (Rijksoverheid).

Veelgestelde vragen

Wanneer gaat het landelijk vuurwerkverbod voor consumenten in?

Het verbod gaat in op 1 augustus 2026. Het inwerkingtredingsbesluit en het besluit over ontheffingsmogelijkheden verschijnen op 1 juli in het Staatsblad, waarmee de datum definitief vast komt te staan.

Welke gemeenten kunnen ontheffingen verlenen voor vuurwerk?

Alle gemeenten kunnen ontheffingen verlenen, maar alleen aan verenigingen of stichtingen met aantoonbare lokale binding, zoals wijk- of buurtverenigingen, sportverenigingen of speciaal voor dit doel opgerichte vuurwerkverenigingen.

Wat zijn de veiligheidsafstanden voor vuurwerk bij ontheffingen?

De veiligheidsafstanden zijn gelijk aan die voor professionele shows: 15, 40 of 60 meter, afhankelijk van het type vuurwerk. Dit biedt gemeenten een objectief toetsingskader voor ontheffingsaanvragen.

Wat moeten gemeenten doen ter voorbereiding op het vuurwerkverbod?

Gemeenten moeten een lokaal ontheffingsbeleid uitwerken, handhaving afstemmen met politie en boa’s, verenigingen informeren, en deelnemen aan een landelijke communicatiecampagne. Ook worden inleverdagen ingericht voor restant vuurwerk.

Wie heeft het landelijk vuurwerkverbod ingediend?

Het verbod komt niet van het kabinet, maar als initiatiefwet van Progressief Nederland en Partij voor de Dieren. Beide Kamers stemden vorig jaar in met deze wet.

← Alle nieuwsberichten