Defensie past protocol oefenen aan bij natuurbrandrisico
Waarom past Defensie het protocol aan?
Afgelopen voorjaar braken op verschillende defensieterreinen natuurbranden uit. De gevolgen voor de betrokken gebieden en hun omgeving waren aanzienlijk. Dat was voor Defensie aanleiding om de bestaande werkwijze grondig te evalueren en, zonder uitstel, aanpassingen door te voeren.
Bij die evaluatie zijn onder meer overgedragen onderzoeksdossiers en processtukken van het Openbaar Ministerie tegen het licht gehouden. Daaruit kwam naar voren dat het geldende protocol op een aantal punten niet scherp genoeg was. Oefenen brengt onvermijdelijk risico met zich mee, maar Defensie wil voorkomen dat dit risico onnodig groot wordt. Om die reden is het protocol voor oefenen bij een verhoogd natuurbrandrisico herzien.
Wat verandert er concreet in de regels voor oefenen?
De aanpassingen richten zich vooral op meer duidelijkheid en een strakkere afbakening van verantwoordelijkheden tijdens oefeningen. Enkele bepalingen die eerder ruimte lieten voor interpretatie, zijn nu preciezer geformuleerd.
Onderscheid tussen pyrotechniek en oefenmunitie
Het protocol maakt voortaan een duidelijker onderscheid tussen het gebruik van pyrotechnische middelen en oefenmunitie. Voor uitzonderingen tijdens fase 2, zoals bij spring- en ontstekingsmiddelen of oefenmunitie, is nu concreet vastgelegd wat onder “directe nabijheid” van brandbestrijdingsmiddelen valt: een straal van 25 meter. Deze precisering laat minder ruimte over voor eigen interpretatie op locatie.
Mandaat van de terreinopzichter
De terreinopzichter krijgt een uitgebreider mandaat: bij een hoog brandgevaarlijk risico kan deze functionaris een geplande oefening tegenhouden of een al lopende oefening stopzetten. Ook is vastgelegd dat een vervanger van een functionaris zich actief op de hoogte moet stellen van de op dat moment geldende richtlijnen, zodat kennis niet verloren gaat bij een wisseling van personen.
Extra maatregelen bij Artillerie Schietkamp ’t Harde
Naast de aanpassingen in het algemene protocol komt er tijdens opleidingen meer aandacht voor het voorkomen van natuurbrand. Militairen worden dus al in de opleidingsfase bewuster gemaakt van dit risico.
Voor Artillerie Schietkamp ’t Harde geldt een specifieke wijziging: het protocol voor het gebruik van de springput is aangepast. Daarnaast staat in natuurbrandrisico fase 2 voortaan altijd een peloton Natuurbrandbestrijding van de Defensie Brandweer op korte afstand stand-by, zodat direct kan worden ingegrepen bij een beginnende brand.
Wat betekent dit voor veiligheid en operationele gereedheid?
Met deze verbetermaatregelen probeert Defensie het risico op natuurbranden verder terug te dringen, zonder dat oefenen tijdens natuurbrandrisico fase 2 onmogelijk wordt. Die balans is voor de organisatie belangrijk: operationele gereedheid vraagt om regelmatig oefenen, ook onder omstandigheden waarin brandgevaar speelt.
Tegelijk benadrukt Defensie het belang van zorgvuldigheid richting mens en dier, en het behoud van bijzondere natuurgebieden op en rond de oefenterreinen. Voor iedereen die geïnteresseerd is in werken bij Defensie of andere onderdelen van de rijksoverheid, laat dit nieuws zien hoe veiligheidsbeleid binnen deze organisatie continu wordt getoetst en aangescherpt. Wie meer wil weten over de bredere aanpak van de overheid rond risico’s in de leefomgeving, kan lezen over hoe Nederland zich voorbereidt op klimaatverandering. Voor wie zelf een rol wil spelen binnen de rijksoverheid, is het interessant om vacatures bij overheidsorganisaties te bekijken.
Bron: Dit artikel is gebaseerd op het nieuwsbericht van de Rijksoverheid: Defensie scherpt protocol oefenen bij natuurbrandrisico aan.
Veelgestelde vragen
Waarom heeft Defensie het protocol voor natuurbrandrisico aangepast?
Defensie paste het protocol aan na natuurbranden op verschillende defensieterreinen in het voorjaar. Evaluatie van onderzoeksdossiers toonde aan dat het bestaande protocol op enkele punten niet scherp genoeg was. Defensie wil oefenen mogelijk houden, maar het risico op onnodig grote branden voorkomen.
Wat is de 25-meterregel in het nieuwe Defensie protocol?
Het protocol stelt vast dat brandbestrijdingsmiddelen zich binnen een straal van 25 meter moeten bevinden rond pyrotechnische middelen en oefenmunitie. Dit maakt de regel preciezer en laat minder ruimte voor eigen interpretatie op locatie.
Welke bevoegdheden krijgt de terreinopzichter bij het nieuwe protocol?
De terreinopzichter kan bij hoog brandgevaarlijk risico een geplande oefening tegenhouden of een lopende oefening stopzetten. Ook moet een vervanger zich actief op de hoogte stellen van geldende richtlijnen, zodat kennis niet verloren gaat bij personeelswisseling.
Wat verandert er specifiek bij Artillerie Schietkamp ’t Harde?
Het protocol voor het gebruik van de springput is aangepast. Daarnaast staat in natuurbrandrisico fase 2 voortaan altijd een peloton Natuurbrandbestrijding van de Defensie Brandweer stand-by, zodat direct kan worden ingegrepen bij een beginnende brand.
Kan Defensie nog oefenen tijdens fase 2 van het natuurbrandrisico?
Ja, oefenen is nog steeds mogelijk tijdens fase 2, maar onder striktere voorwaarden. Defensie balanceert operationele gereedheid met zorgvuldigheid richting mens, dier en natuurgebieden. De aanpassingen maken oefenen veiliger zonder het onmogelijk te maken.