Rijksoverheid 6 juli 2026

Rijk versnelt aanvullende huisvesting voor statushouders

Rijk en overheden versnellen aanvullende huisvesting voor woningzoekenden

Het Rijk trekt samen op met provincies, gemeenten en woningcorporaties om sneller aanvullende huisvesting te realiseren voor een brede groep woningzoekenden. Denk aan starters, mensen die met spoed een woning nodig hebben en statushouders. Minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening meldt dit, mede namens minister Van den Brink van Asiel en Migratie, in een brief aan de Tweede Kamer.

De betrokken partijen hebben inmiddels bouwstenen opgesteld. Deze bouwstenen vormen de opmaat naar bestuurlijke afspraken die na de zomer worden gesloten. Voor beleidsmedewerkers en projectleiders bij gemeenten en corporaties betekent dit dat er op korte termijn concreter beleid aankomt op het gebied van aanvullende huisvesting.

Waarom is aanvullende huisvesting hard nodig?

De druk op de reguliere sociale huurvoorraad is torenhoog: wachttijden lopen momenteel op tot meer dan tien jaar. Er is dus behoefte aan woonvormen die snel te realiseren zijn en waarin uiteenlopende groepen woningzoekenden een eerste stap op de woningmarkt kunnen zetten.

Onder aanvullende huisvesting vallen onder meer flexwoningen, transformatie van bestaand vastgoed, woningdelen en doorstroomlocaties. Op verschillende plekken in het land zijn gemeenten, woningcorporaties en provincies hier al mee aan de slag. Om dit soort woonvormen op grotere schaal te realiseren, is echter een extra impuls nodig.

Doel van de bouwstenen voor bestuurlijke afspraken

De bouwstenen moeten de basis leggen voor bestuurlijke afspraken die drie dingen bereiken: de beschikbare wooncapaciteit vergroten, de bestaande woningvoorraad beter benutten en de achterstand in de huisvesting van statushouders terugbrengen. Het uitgangspunt is dat aanvullende huisvesting past bij woningzoekenden voor wie een tijdelijke, flexibele of gedeelde woonvorm een passende oplossing is, terwijl dit tegelijk de uitstroom van statushouders uit de asielopvang versnelt.

De aanpak start bij gemeenten die achterlopen op hun taakstelling. Zij krijgen de opdracht om deze achterstand versneld weg te werken via aanvullende huisvesting, verspreid over drie taakstellingsperiodes van elk anderhalf jaar. Daarbij geldt een indicatieve ambitie: 20 procent van de statushouders die in deze en de twee volgende taakstellingsperiodes gehuisvest moeten worden, zou via aanvullende vormen van huisvesting onderdak moeten krijgen.

Zo krijgt de uitwerking van de afspraken vorm

De komende periode werken de partijen de bouwstenen uit tot concrete afspraken. Na de zomer worden deze voorgelegd aan de achterbannen: de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en koepelorganisatie Aedes namens de woningcorporaties. Gemeenten en corporaties brengen ondertussen in kaart welke vormen van aanvullende huisvesting kansrijk zijn om snel te realiseren, gericht op een brede doelgroep waaronder lokale starters en, op termijn, ook Oekraïense ontheemden. Deze inzet leggen gemeenten vast in werkprogramma’s, waarmee de opgave en de te nemen maatregelen concreet worden.

Provincies vullen hun regierol in door gemeenten te ondersteunen bij het realiseren van aanvullende huisvesting en houden toezicht op het nakomen van de wettelijke taakstelling voor de huisvesting van statushouders. Daarnaast maken de partijen afspraken over de ondersteuning die gemeenten en corporaties van het Rijk mogen verwachten: financiële steun binnen de beschikbare middelen, de inzet van Rijkslocaties, expertise en ruimte in regelgeving om te experimenteren. Succesvolle voorbeelden uit het land worden in beeld gebracht om ze op te schalen, en waar lokale belemmeringen te groot zijn, zoeken de partijen samen naar een landelijke oplossing. Beleidsmedewerkers en juristen bij gemeenten en corporaties krijgen hierdoor concreter houvast bij de uitvoering, iets dat ook doorwerkt in de vacatures binnen dit beleidsdomein.

Aanjaagteam ondersteunt gemeenten en corporaties nu al

Diverse gemeenten zijn al volop bezig met aanvullende huisvesting, nog voordat de bestuurlijke afspraken zijn vastgelegd. Minister Boekholt-O’Sullivan heeft daarom een aanjaagteam ingesteld, met kwartiermakers vanuit het Rijk, VNG en Aedes. Dit team brengt goede voorbeelden uit het land in beeld en helpt gemeenten en corporaties nu al om aanvullende huisvesting daadwerkelijk te realiseren.

Voor professionals die dit dossier volgen of er zelf in werken, blijft dit onderwerp de komende maanden in beweging. Wie op de hoogte wil blijven van de uitwerking, vindt meer nieuws over gemeenten op het platform.

Bron: dit artikel is gebaseerd op het nieuwsbericht van de Rijksoverheid van 3 juli 2026: Rijk, overheden en corporaties versnellen realisatie aanvullende huisvesting.

Veelgestelde vragen

Wat verstaat men onder aanvullende huisvesting voor statushouders?

Aanvullende huisvesting omvat woonvormen als flexwoningen, getransformeerd vastgoed, woningdelen en doorstroomlocaties. Dit zijn tijdelijke of gedeelde woonoplossingen die sneller te realiseren zijn dan reguliere sociale huurwoningen en statushouders helpen snel uit de asielopvang uit te stromen.

Waarom is aanvullende huisvesting nodig voor statushouders?

De druk op reguliere sociale huurwoningen is enorm: wachttijden lopen op tot meer dan tien jaar. Aanvullende huisvesting biedt statushouders sneller onderdak en helpt gemeenten hun wettelijke taakstelling voor huisvesting na te komen.

Welke doelstelling hanteren gemeenten voor aanvullende huisvesting van statushouders?

Gemeenten die achterlopen op hun taakstelling moeten deze achterstand versneld wegwerken. De indicatieve ambitie is dat 20 procent van de statushouders die in de komende anderhalf jaar gehuisvest moeten worden, via aanvullende vormen van huisvesting onderdak krijgen.

Welke steun krijgen gemeenten en woningcorporaties van het Rijk voor aanvullende huisvesting?

Het Rijk biedt financiële steun, inzet van Rijkslocaties, expertise en regelgeving-ruimte om te experimenteren. Daarnaast helpt een aanjaagteam met kwartiermakers gemeenten en corporaties nu al met praktische ondersteuning.

Wanneer worden de bestuurlijke afspraken over aanvullende huisvesting vastgelegd?

De bouwstenen worden de komende periode uitgewerkt tot concrete afspraken, die na de zomer aan de achterbannen (VNG, IPO en Aedes) worden voorgelegd. Gemeenten leggen ondertussen hun plannen vast in werkprogramma’s.

← Alle nieuwsberichten