Stagevergoeding wordt wettelijk verplicht voor studenten
Kabinet wil stagevergoeding wettelijk verplichten
Het kabinet gaat een stagevergoeding wettelijk verplichten voor studenten. Minister Rianne Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap meldde dit op 3 juli 2026 aan de Tweede Kamer. Het plan geeft uitvoering aan een langgekoesterde wens van de Kamer en sluit aan bij een afspraak uit het coalitieakkoord: elke student moet recht krijgen op een stagevergoeding. Hoe hoog die vergoeding wordt, bepalen de sector of het stagebedrijf zelf.
De verplichte stagevergoeding staat niet op zichzelf. Het kabinet koppelt de maatregel aan een breder pakket om de kwaliteit van stages te verbeteren. Zo moet de begeleiding van studenten beter worden, en komt er, naar het voorbeeld van het mbo, ook in het hbo en wo een verplichte stageovereenkomst.
Minister Letschert onderstreept het belang van deze stap: “Veel studenten lopen een groot deel van hun studietijd stage. Stages zijn essentieel in de opleiding en in de voorbereiding op de arbeidsmarkt. Dat verdient erkenning én waardering, ook in financiële zin. Een passende stagevergoeding hoort bij die waardering. Ik ben dan ook trots dat we dit recht op stagevergoeding gaan vastleggen in de wet.”
Voor overheidsorganisaties die zelf stageplekken aanbieden, zoals gemeenten, provincies en waterschappen, betekent dit voornemen dat stagebegeleiding en vergoeding op korte termijn een vaste plek krijgen in de eigen personeelsvoering. Wie nu al studenten begeleidt, kan zich alvast voorbereiden op deze wettelijke verandering.
Recht op stagevergoeding
De nieuwe wet regelt een recht op stagevergoeding voor studenten in het mbo, hbo en wo die stagelopen als onderdeel van hun onderwijsprogramma. Twee categorieën vallen buiten deze regeling: korte stages en stages die in het buitenland plaatsvinden. Het recht wordt vastgelegd zonder dat er een minimumbedrag in de wet komt.
Sectoren en stagebedrijven krijgen zelf de verantwoordelijkheid om passende afspraken te maken over de hoogte van de vergoeding. Voor overheidsorganisaties betekent dit dat zij, net als andere werkgevers, hun eigen kaders moeten bepalen voor wat een redelijke stagevergoeding is. Een deel van de sectoren legt dit soort afspraken nu al vast in cao’s, maar volgens het kabinet verloopt die ontwikkeling te traag.
Het kabinet kiest bewust voor de afwezigheid van een wettelijk minimumbedrag. Zo houdt elke sector, waaronder de publieke sector, ruimte om afspraken te maken die aansluiten bij de eigen specifieke situatie. Een vast minimumbedrag zou er ook toe kunnen leiden dat werkgevers minder stageplekken aanbieden, en dat risico wil het kabinet beperken. Wel legt de wet de mogelijkheid vast om later alsnog een minimumbedrag in te stellen, bijvoorbeeld als de vergoedingen die sectoren zelf afspreken structureel te laag blijven.
Na het zomerreces gaat het kabinet in gesprek met de Tweede Kamer over de voorgestelde uitwerking. Het wetsvoorstel zelf gaat naar verwachting begin 2027 in internetconsultatie. Voor HR-teams bij overheidsorganisaties is dit het moment om te volgen hoe sectorale afspraken zich verder ontwikkelen, want die vormen straks de basis voor de eigen stagevergoeding.
Van wens naar wetgeving
De roep om een verplichte stagevergoeding bestaat al langer. Studenten pleiten al jaren voor structurele financiële waardering tijdens hun stage, en er zijn de afgelopen jaren al stappen gezet om de positie van stagiairs te versterken. Werkgevers en de Vereniging Hogescholen sloten in 2025 een nieuwe Stagecode HBO af. In het Stagepact mbo, dat loopt van 2023 tot 2027, spraken partijen af dat stagevergoedingen voor mbo-studenten gelijk moeten worden aan die van hbo- en wo-studenten.
Deze afspraken laten een voorzichtig positieve ontwikkeling zien, maar de praktijk loopt nog achter. Vooral mbo-studenten krijgen nog te vaak helemaal geen stagevergoeding. Ook de begeleiding van stagiairs kan op veel plekken beter. Dat is voor het kabinet de reden om de stagevergoeding nu wettelijk te verankeren en de kwaliteit van stages breder aan te pakken.
Voor (toekomstige) ambtenaren die via een stage willen instromen bij de overheid, is dit voornemen relevant om te volgen: het raakt direct de voorwaarden waaronder je straks stageloopt bij een gemeente, provincie of waterschap. Wie alvast wil zien welke stageplekken en starterfuncties binnen de publieke sector beschikbaar zijn, kan bekijk actuele vacatures bij de overheid raadplegen. Voor de bredere beleidscontext rond dit voornemen is meer achtergrond te vinden via meer over Ambtenaar.Online.
Dit artikel is gebaseerd op het nieuwsbericht van de Rijksoverheid van 3 juli 2026. Voor de volledige, officiële tekst verwijzen we naar de bekendmaking op rijksoverheid.nl.
Veelgestelde vragen
Wanneer gaat de verplichte stagevergoeding in?
Het wetsvoorstel gaat naar verwachting begin 2027 in internetconsultatie. Na het zomerreces gaat het kabinet eerst in gesprek met de Tweede Kamer over de uitwerking. De exacte invoerdatum wordt nog bepaald, maar overheidsorganisaties kunnen alvast hun kaders voorbereiden.
Hoeveel stagevergoeding moet ik als werkgever betalen?
De wet schrijft geen minimumbedrag voor. Sectoren en stagebedrijven bepalen zelf wat een passende vergoeding is. Voor overheidsorganisaties geldt hetzelfde: gemeenten, provincies en waterschappen leggen hun eigen kaders vast, mogelijk in samenspraak met sectorale afspraken.
Welke stages vallen onder de verplichte stagevergoeding?
De wet geldt voor stages in het mbo, hbo en wo die onderdeel zijn van het onderwijsprogramma. Korte stages en stages in het buitenland vallen buiten deze regeling.
Moet ik als overheidsorganisatie nu al een stagevergoeding invoeren?
Nee, de wet is nog niet van kracht. Maar het is verstandig om nu al te volgen hoe sectorale afspraken zich ontwikkelen, want die vormen straks de basis voor jouw stagevergoeding. Je kunt je alvast voorbereiden op deze wettelijke verandering.
Wat gebeurt er met stages die nu al zonder vergoeding plaatsvinden?
Zodra de wet in werking treedt, krijgen alle studenten recht op een stagevergoeding. Werkgevers die nu nog geen vergoeding bieden, moeten dit aanpassen. Het kabinet kiest voor flexibiliteit in de hoogte om te voorkomen dat werkgevers minder stageplekken aanbieden.