Wetsvoorstel constitutionele toetsing naar raad van state
Grondrechten als fundament van de democratische rechtsstaat
Op 26 juni 2026 zette het kabinet een concrete stap richting betere bescherming van grondrechten. Op voorstel van minister Heerma van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en staatssecretaris Van Bruggen van Justitie en Veiligheid is een wetsvoorstel voor constitutionele toetsing naar de Raad van State van het Koninkrijk gestuurd voor advies. Het gaat om rechten die de kern van onze democratie raken: het discriminatieverbod, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst. Burgers die menen dat een wet deze rechten schendt, moeten dat straks aan de rechter kunnen voorleggen.
Wat verandert er met dit wetsvoorstel?
Rechters mogen wetten momenteel niet toetsen aan de Grondwet. Het kabinet wil dat verbod gedeeltelijk opheffen. Wie vindt dat een wet klassieke grondrechten aantast, krijgt een concreet rechtsmiddel om dat via de rechter aan te vechten. Dat versterkt de democratische checks and balances en maakt de overheid aanspreekbaarder op de naleving van haar eigen grondwet.
Minister Heerma verwoordt het zo: “De Grondwet vormt de basis van onze samenleving en democratische rechtsstaat. Met dit wetsvoorstel geven we iedereen in Nederland de mogelijkheid om bij de rechter wetten te toetsen aan de klassieke grondrechten uit de Grondwet. Zo dragen we bij aan een betere rechtsbescherming voor burgers.”
Staatssecretaris Van Bruggen voegt toe: “In een sterke rechtsstaat moeten mensen weten wat hun rechten zijn én deze kunnen afdwingen als dat noodzakelijk is. Daarbij willen we dat mensen zich, naast het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, ook kunnen beroepen op onze eigen Grondwet.” Voor professionals in de publieke sector die dagelijks met wetgeving en beleid werken, is dit een relevante verschuiving in de verhouding tussen burger, bestuur en rechter.
Klassieke grondrechten: welke rechten vallen onder de toetsing?
Het huidige toetsingsverbod is verankerd in artikel 120 van de Grondwet. Het wetsvoorstel heft dit verbod op voor de klassieke grondrechten uit hoofdstuk 1 van de Grondwet. Dat zijn rechten die burgers beschermen tegen de overheid, zoals het recht op gelijke behandeling, de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, en de vrijheid van meningsuiting.
Het verbod bestond oorspronkelijk omdat de beoordeling of wetten in strijd zijn met de Grondwet bij de wetgever hoorde te liggen, niet bij de rechter. Nederland is daarmee het enige land in Europa met zo’n verbod. Een praktisch voorbeeld van wat straks mogelijk wordt: een burger die meent dat een wet een discriminerend onderscheid maakt tussen mannen en vrouwen, kan daarvoor naar de rechter stappen.
Proportionaliteit als nieuwe norm voor wetgever, bestuur en rechter
Het wetsvoorstel bevat een lijst van rechten waaraan getoetst mag worden. Naast die lijst wordt in de Grondwet een proportionaliteitsnorm vastgelegd: een beperking van een grondrecht moet in redelijke verhouding staan tot het beoogde doel en mag niet verder reiken dan dat doel vereist.
Opvallend is dat deze norm zich niet alleen richt tot de rechter, maar uitdrukkelijk ook tot de wetgever en het bestuur. Voor ambtenaren die beleid ontwerpen of uitvoeren, betekent dit dat proportionaliteit geen juridisch sluitstuk meer is, maar een toetsbare norm die al bij de totstandkoming van beleid een rol speelt. Wie beleid maakt dat grondrechten raakt, zal de verhouding tussen doel en middel expliciet moeten kunnen onderbouwen.
Hoe verloopt de verdere behandeling van het voorstel?
Het wetsvoorstel doorliep eerder al een consultatiefase, waarbij onder andere de Raad voor de rechtspraak en de Hoge Raad hun oordeel gaven. Nu het voorstel bij de Raad van State ligt, volgt een advies. Daarna kan het worden ingediend bij de Tweede Kamer.
Een grondwetswijziging kent een bijzondere procedure. Eerst moeten beide Kamers het voorstel goedkeuren met een gewone meerderheid. Vervolgens vinden nieuwe Tweede Kamerverkiezingen plaats, waarna het voorstel opnieuw door beide Kamers moet worden aangenomen, ditmaal met een meerderheid van twee derde van de stemmen. Het traject is daarmee bewust langdurig en vraagt brede politieke steun. Bekijk vacatures voor juristen en beleidsmedewerkers bij de overheid als je wilt bijdragen aan dit soort complexe wetgevingstrajecten.
Veelgestelde vragen
Wat is constitutionele toetsing en waarom is het wetsvoorstel belangrijk?
Constitutionele toetsing betekent dat rechters wetten mogen beoordelen op basis van de Grondwet. Momenteel is dit in Nederland verboden (artikel 120). Het wetsvoorstel heft dit verbod op voor klassieke grondrechten, zodat burgers naar de rechter kunnen stappen als zij vinden dat een wet hun rechten schendt, zoals het discriminatieverbod of vrijheid van meningsuiting.
Welke grondrechten vallen onder het wetsvoorstel constitutionele toetsing?
Het wetsvoorstel richt zich op klassieke grondrechten uit hoofdstuk 1 van de Grondwet: gelijke behandeling, vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, vrijheid van meningsuiting, en soortgelijke rechten die burgers beschermen tegen de overheid. Deze rechten krijgen rechtsbescherming via de rechter.
Hoe werkt de proportionaliteitsnorm in het wetsvoorstel?
Het wetsvoorstel legt vast dat een beperking van een grondrecht in redelijke verhouding moet staan tot het beoogde doel en niet verder mag reiken dan nodig. Deze norm geldt niet alleen voor rechters, maar ook voor de wetgever en het bestuur, dus ambtenaren moeten proportionaliteit al bij beleidsvorming meenemen.
Hoe verloopt de verdere behandeling van het wetsvoorstel constitutionele toetsing?
Het voorstel ligt nu bij de Raad van State voor advies. Daarna gaat het naar de Tweede Kamer. Een grondwetswijziging vereist twee behandelingen: eerst goedkeuring met gewone meerderheid, dan nieuwe verkiezingen, dan opnieuw aanname met twee derde meerderheid in beide Kamers.
Waarom is Nederland uniek met het huidige toetsingsverbod?
Nederland is het enige land in Europa met een verbod op constitutionele toetsing door rechters. Dit verbod stamt uit het idee dat beoordeling van wetten bij de wetgever hoort, niet bij de rechter. Het wetsvoorstel brengt Nederland in lijn met internationale standaarden voor rechtsbescherming.