
In een sterke natuur ligt de oplossing van het stikstofprobleem: een sterke natuur zorgt voor minder knelpunten bij het verlenen van nieuwe vergunningen. De gezamenlijke provincies zien dit pakket maatregelen als een belangrijke stap op weg naar een structurele aanpak voor de stikstofproblematiek. Maar voor een succesvolle aanpak is meer nodig.
Het college van Gedeputeerde Staten in Brabant heeft maandag 8 juni ook kennisgenomen van het adviesrapport over de structurele aanpak van de stikstofproblematiek ‘Niet alles kan overal’ van de commissie Remkes. De Tweede Kamer en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zijn nu aan zet.
“Tegelijkertijd blijven we met de andere provincies samenwerken met het Rijk, andere overheden en sectoren om een bijdrage te leveren aan de aanpak van stikstofproblematiek. In Brabant bijvoorbeeld via de provinciebrede tafel waarin we contact hebben met alle stakeholders”, aldus gedeputeerde Ronnes, coördinerend portefeuillehouder Gebiedsgerichte aanpak stikstof die concludeert dat het rapport van Remkes de zorgen niet heeft weggenomen.
Aanpak stikstof en economische ontwikkelingen
In een algemene eerste reactie op de kamerbrief van Schouten van april stellen de provincies gezamenlijk dat de structurele aanpak ook een basis moet bieden voor het weer kunnen vergunnen van economische ontwikkelingen en woningbouw. Juist in deze tijden van coronacrisis vraagt dit om een effectief gebiedsgericht beleid, waar ruimte is voor maatwerk. Om dat mogelijk te maken is het kabinetsvoorstel een eerste aanzet maar er is nog veel te doen.
Goede impuls voor de natuur
De provincies willen voortvarend aan de slag met de voorgestelde impuls die aan de natuur wordt gegeven vanuit de rol als gebiedsregisseur, met kennis van wat speelt in de gebieden en gesprekken die in de regio plaatsvinden. Belangrijk daarbij is dat de provincies snel kunnen beschikken over de vereiste middelen en dat zij in staat worden gesteld de regierol daadwerkelijk waar te maken.
Meldingen en andere restproblemen van de PAS eerst oplossen
Een struikelblok daarbij is de legalisering van situaties die door de Raad van State uitspraak opeens illegaal zijn geworden. Het bieden van zekerheid over deze zogenoemde meldingen, biedt sectoren, waaronder de landbouw de mogelijkheid stappen vooruit te zetten. Provincies zijn dan ook van mening dat de meldingen en andere oude PAS-problemen met voorrang door het rijk moeten worden opgelost.
Tekort aan ontwikkelingsruimte: bronmaatregelen
Het huidige pakket is omvangrijk maar biedt zoals het er nu naar uitziet tot 2030 nog onvoldoende perspectief voor economische ontwikkeling en woningbouw in veel gebieden. De provincies pleiten daarom voor een aanvullend pakket aan bronmaatregelen en andere maatregelen (bijvoorbeeld gericht op innovatie, maatregelen in de zee- en binnenvaart en in de industrie) om meer ruimte te bieden voor economische en maatschappelijke activiteiten.
Structurele aanpak voor houdbare vergunningverlening
Een houdbare structurele aanpak vraagt – last but not least – om een nieuw stelsel van vergunningverlening. Dat stabiel en juridisch houdbaar is. Waar tijdrovende en juridische ingewikkelde ‘nood’-oplossingen zoals die nu ontwikkeld worden niet of veel minder nodig zijn. Provincies willen als bevoegd gezag graag meedenken en meedoen aan een nieuw perspectief op vergunningverlening.
Gebiedsgericht beleid biedt maatwerk
Landelijk beleid en gebiedsgericht beleid hebben elkaar nodig. Binnen de af te spreken kaders en spelregels is ruimte nodig voor gebiedsgericht maatwerk. De gebiedsgerichte aanpak die de provincies daarbij voor ogen staat, is nadrukkelijk meer dan de uitvoering van specifieke maatregelen. Door gebiedsgericht te werken, kan de verbinding worden gemaakt met andere maatschappelijke opgaven zoals klimaatakkoord en landbouwtransitie én met de provinciale doelstellingen uit de provinciale omgevingsvisies. Binnen die gebiedsaanpak zijn provincies bereid om samen met het rijk te kijken hoe de voorgestelde bronmaatregelen zo kunnen worden ingezet dat zij een maximaal effect kunnen bereiken. De gebiedsaanpak is echter geen ‘tovermiddel’ waarmee alle problemen worden opgelost.
Eerste belangrijke stap, maar nog veel te doen
De provincies willen in samenwerking met het Rijk, andere overheden en sectoren in de komende periode een bijdrage leveren aan de aanpak van stikstofproblematiek in samenhang met andere gebiedsopgaven. De provincies spelen hierbij als verantwoordelijke voor natuurbeheer, vergunningverlener en gebiedsregisseur een sleutelrol. Zij zien dit pakket als een eerste belangrijke stap, maar er is nog veel te doen. Ook mede om die reden vinden wij het van belang om het advies van de commissie Remkes te betrekken bij de verdere uitvoering van de door het kabinet voorgestelde aanpak.
Zie ook
Lees het originele artikel