De bodem onder onze voeten is de basis van een gezonde en veilige leefomgeving. Daar moeten we zuinig op zijn. Het is dan ook belangrijk dat voor de toekomst duurzaam en veilig bodembeheer geborgd is. Bodemvervuiling en grondverzet stopt niet bij gemeentegrenzen. Daarom werken de Brabantse omgevingsdiensten nauw samen om een vitale bodem in de provincie in stand te houden. Hoe ziet die samenwerking eruit?
Om bodemvervuiling tegen te gaan heeft de overheid wet- en regelgeving opgesteld. Die is vaak erg complex. Daarom schakelen gemeenten en provincie hiervoor de bodemspecialisten van de omgevingsdiensten in. Niels Drillenburg is bodemadviseur bij de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). Samen met zijn collega’s zorgt hij voor een efficiënte uitvoering van de bodemtaken in de regio Brabant Noord. “Wij beoordelen de situatie, toetsen deze aan de bodemwetgeving en brengen advies uit. Daarnaast houden we toezicht op de naleving van de regels.” Hij werkt daarbij nauw samen met de bodemadviseurs van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) en de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB). Samen maken zij zich sterk voor een gemeenschappelijk uitvoeringsbeleid en duurzaam bodembeheer in Brabant.
Bodeminformatiesysteem
“Die samenwerking is twee jaar geleden begonnen. Toen werd besloten over te gaan naar een bodeminformatiesysteem op provinciale schaal. We gingen elkaar opzoeken om te kijken hoe we samen konden komen tot één systeem.” De Brabantse omgevingsdiensten bundelen actuele bodeminformatie namens een groot aantal gemeenten en de provincie in één gezamenlijk bodeminformatiesysteem. Daar is alles te vinden over de historie van een stuk grond, voor zover dat bekend is bij de lokale overheid. Denk daarbij bijvoorbeeld aan inzicht in bodemonderzoeken en uitslagen van saneringen. “Met de invoering van dat systeem werd samenwerken en het delen van data een stuk efficiënter.”
Maatschappelijke ontwikkelingen
Bodembeheer gaat niet alleen maar over verontreinigingen. Ook de verbrede bodemthema’s spelen een steeds grotere rol. Denk hierbij aan klimaatadaptatie, de energietransitie en duurzame landbouw. “Klimaatverandering en energietransitie zijn maatschappelijke opgaven waar bodem en ondergrond een belangrijke rol in spelen. Ook de uitputting en verdroging van de landbouwgronden vraagt om extra aandacht, speciaal in onze regio met de hoge zandgronden. Deze ontwikkelingen stoppen niet bij gemeentegrenzen. Daarom is het des te meer van belang om elkaar als diensten te vinden en op provinciale schaal samen te werken.”
PFAS
Zo werd er vorig jaar op grote schaal PFAS in de bodem aangetroffen. Door de goede samenwerking wisten de Brabantse omgevingsdiensten elkaar snel te vinden. “Je leert elkaars kracht kennen en kunt de juiste mensen naar voren schuiven om nieuwe uitdagingen gezamenlijk aan te pakken. PFAS was voor ons allemaal nieuw, maar we konden het wiel uitvinden met elkaar. De denkkracht is samen veel groter en dat scheelt enorm in hoe je een project oppakt.” De coronacrisis maakt het er niet gemakkelijker op. “PFAS is best een ingewikkeld verhaal, zeker als je via een beeldscherm met verschillende partijen moet overleggen. Maar je werkt toe naar een gezamenlijk resultaat. Zo hebben we de bodemkwaliteitskaarten weten te actualiseren. Daar mogen we best trots op zijn.”
Omgevingswet
Ook de Omgevingswet brengt de nodige uitdagingen met zich mee. Gemeenten worden primair verantwoordelijk voor bodembeheer in de breedste zin van het woord. “Dat vraagt ook een andere rol van de omgevingsdiensten: van reactief naar proactief en van adviseur naar regisseur.” Daarom werken de diensten gezamenlijk aan een transitiedocument. “Het is vanzelfsprekend om dit met zijn drieën op te pakken. Dat vertrouwen is er ook vanuit de drie directeuren én de provincie. Als je een goede bodemkwaliteit wilt garanderen dan is het belangrijk om gezamenlijke afspraken te maken.” Een gezamenlijk uitvoeringsbeleid verschaft ook meer duidelijkheid richting de markt. “Aannemers en grondverzetbedrijven zien soms door de bomen het bos niet meer. Wij willen daarbij helpen door zoveel mogelijk hetzelfde speelvel te creëren.”
Couleur local
De Brabantse omgevingsdiensten leren veel van elkaar. “Zo leren wij van de werkmethodes van de ODZOB en de OMWB op het gebied van provinciale verontreinigingen en de vergunningssystematiek. Met name in de transitie van de bodemtaken in het kader van de Omgevingswet is die kennis en ervaring goed om mee te nemen. Op het gebied van grondverzet en bodemtoezicht in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit hebben hebben wij bijvoorbeeld weer veel ervaring. Zo heeft iedere dienst zijn eigen ‘couleur local’ die ook weer van toegevoegde waarde is in de samenwerking. Dat is mooi om te zien.”
Lees het originele artikel