Lees het originele artikel

Nadat de rechter had vastgesteld dat de gemeente zich schuldig had gemaakt aan wanprestatie en verplicht was aan Niemans de daardoor geleden schade te vergoeden, begon Niemans in 1990 een zogenaamde schadestaatprocedure tegen de gemeente. Dit was om de omvang van de schade (winstderving) door de rechter te laten vaststellen. De gemeente erkende dat Niemans schade had geleden, maar vond de vordering van Niemans te hoog. Deze procedure werd in 1994 bij het hof Den Haag in hoger beroep voortgezet. Het werd een rechtsstrijd over vele geschilpunten. Het hof hoorde veel getuigen en benoemde drie deskundigen, die in de loop van de tijd twee uitvoerige rapporten hebben uitgebracht. De door de deskundigen gekozen methode van berekening van de schade gaf aanleiding voor een nieuw geschil. Tegen de beslissing van het hof daarover stelde zowel de gemeente als Niemans cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad verwierp beide beroepen. Hierna werd over de resterende geschilpunten verder geprocedeerd bij het hof Den Haag.


Lees het originele artikel